Beter isoleren doet u zo

30/08/08 om 11:01 - Bijgewerkt om 11:01

Bron: Ik Ga Bouwen

Hogere energieprijzen, renovatiepremies, meer thermisch comfort ... de media staan er bol van. Misschien overweegt u dan ook om uw woning beter te isoleren?

Hogere energieprijzen, renovatiepremies, meer thermisch comfort ... de media staan er bol van. Misschien overweegt u dan ook om uw woning beter te isoleren. Laat vooraf een degelijke analyse uitvoeren. We overlopen samen de elementen waarmee u rekening moet houden tijdens een renovatie: van reflectie tot uitvoering.

Vóór u begint ...

Renovatiewerken of de betaling van uw energiefactuur doen vaak vragen rijzen rond de isolatie van uw woning. Energieleveranciers, architecten, aannemers, certificateurs ... Bij wie kunt u het best advies inwinnen?

Indien u een betere isolatie wenst of de zwakke punten van uw woning wil leren kennen, doet u een beroep op een energieauditeur en de hieronder beschreven analysemethodes. Na de audit heeft u een nauwkeurig beeld van de zwakke punten in de muren van uw huis en in uw verwarmingssysteem. U kunt dan zelf uitmaken of u zich in staat acht de voorgestelde verbeteringen door te voeren.

Is dat niet het geval of gaat het om ingrijpende renovatiewerken die impact zullen hebben op de buiten- of binnenkant van uw woning, aarzel dan niet en neem een architect onder de arm. Die is vertrouwd met alle aspecten van de bouwsector en kan u in fases adviseren: van analyse tot realisatie. Indien dat noodzakelijk blijkt, kan hij u naar de juiste specialist doorverwijzen.

Conditio sine qua non

Isoleren doet u niet zomaar. Om te kunnen begrijpen waar het precies om draait, moet u beseffen dat er altijd een verband is tussen uw thermisch comfort en de hygrometrie. Als u beide elementen niet samen in overweging neemt, kunnen er constructieve ongemakken ontstaan die zelfs destructief werken.

Dat is ook logisch: hoe warmer de lucht, hoe meer waterdamp die bevat. Wanneer die lucht afkoelt, daalt het waterdampgehalte. Wordt dat verdampingsproces niet afgeremd of stopgezet, dan gaat de damp condenseren. Isolatie hangt dus samen met de afvoer van waterdamp in de lucht. Voor een geslaagde isolatie zijn de energieprestaties, het thermisch comfort en het vochtpeil in de muren dan ook doorslaggevende factoren.

Woningaudit

De uitvoering van een energieaudit in woningen raakt stilaan ingeburgerd. Steeds meer mensen worden zich immers bewust van het belang van een degelijke isolatie én uiteraard van de subsidies die door de gewesten worden toegekend, samen met de bijkomende belastingvoordelen.

Een dergelijke audit richt zich voornamelijk op drie basiselementen: de thermische eigenschappen, de hygrometrische karakteristieken en de verluchting. In het kader van dit artikel beperken we ons tot de eerste twee aspecten. Beide worden in essentie gedefinieerd door de elementen in de "mantel" van de constructie: vloerplaten, ondergrondse muren, gevelmuren, dakelementen, ramen en openingen.

In theorie

Laten we uitgaan van het voorbeeld van een rijwoning van

125 m2 (2 x 50m2 + 25m2 zolder). Veronderstel dat vier soortgelijke huizen in verschillende periodes werd gebouwd.

Rond de jaren 30 bouwde men volle bakstenen muren met een dikte van 30 cm. De bewoners zouden later 5 tot 6 cm isolatie hebben aangebracht om het dak te beschermen. De vloerbekleding werd rechtstreeks op de ondergrond gelegd. Het lijstwerk omvatte enkele beglazing.

Veertig jaar later evolueerden de technieken weliswaar, maar nog niet de energiekosten. De muren van huizen werden dan gebouwd met een spouw binnenin en een dunne isolatielaag, ongetwijfeld aangebracht op de technische spouw onder het gelijkvloers. Het dak kreeg 8 tot 9 cm isolatie en in het lijstwerk werd dubbele beglazing geplaatst.

Begin 2000 maken we de opkomst mee van de houtskeletbouw. Hetzelfde huis met een houten geraamte (12 cm isolatie met behulp van ingeblazen cellulosevlokken) kreeg een verbeterde dubbele beglazing en een vloerplaat beschermd door 6 cm isolatie.

In 2008 stijgen de energieprijzen, neemt het ecologisch bewustzijn toe en worden er aanzienlijke premies toegekend. Het huis zou dus gebouwd kunnen worden met een driedubbele beglazing met hoog rendement, muren in celbeton, 24 cm pleisterkalk op een isolerende onderlaag, een dak met 18 cm isolatie en een vloerplaat beschermd door 16 cm isolatie.

De verliescoëfficiënt (U) van de muren van deze vier fictieve huizen werd ingeschreven in bijgevoegd schema (zie boven). Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolatie.

Rekening houdend met de prestaties van de verluchtings- en verwarmingssystemen uit iedere periode, kunnen we een schatting maken van de K- en E-niveaus:

K

Huis 1930 - 123

Huis 1975 - 66

Huis 2000 - 34

Huis 2008 - 20

E

Huis 1930 - 187

Huis 1975 - 121

Huis 2000 - 86

Huis 2008 - 71

CO2-uitstoot (ton/jaar)

Huis 1930 -11,66

Huis 1975 - 7,56

Huis 2000 - 5,36

Huis 2008 - 4,41

Verbruik (kWh/m2/jaar)

Huis 1930 - 279

Huis 1975 - 180

Huis 2000 - 128

Huis 2008 - 105

Kostprijs (euro/jaar)

Huis 1930 - 2282

Huis 1975 - 1516

Huis 2000 - 1106

Huis 2008 - 926

Opmerking: Bovenstaande cijfers worden als voorbeeld geciteerd en zijn gebaseerd op modellen op basis van de geldende normen voor standaardgedrag. Het reële gedrag van een consument beïnvloedt bovenstaande cijfers aanzienlijk.

In de praktijk

Een audit omvat een grondige analyse van het huis, op basis van de concrete situatie en de gebruikte materialen. Meestal komt de auditeur daarvoor ter plaatse. Hij kan ook gebruikmaken van twee tests die ter plaatse uitgevoerd worden endie vóór de renovatie een duidelijker beeld van een gebouw schetsen. Het gaat om infrarood-thermografie en infiltrometrie (ook wel "Blowing Door" genoemd). De eerste wordt al wel toegepast tijdens een audit, maar

momenteel worden beide tests helaas vaker gebruikt om conflicten tussen experts te beslechten dan om vóór de start van de werken aan preventie te doen. Beide tests tasten de configuratie ter plaatse niet aan en brengen een aantal gebreken aan het licht die zeker moeten worden aangepakt.

1. Thermografie

Infrarood-thermografie maakt duidelijk welke muren kampen met een aanzienlijk warmteverlies óf waar de zwakke punten in een muur zitten (= thermische bruggen, zie kader volgende pagina). Die zwakke punten liggen meestal loodrecht op de overgangen tussen verschillende types muren.

Tijdens de test wordt met behulp van een thermische infraroodcamera een foto gemaakt van de oppervlaktetemperatuur van de muren in de woning. De camera laat de thermische straling zien die de oppervlakte van het bestudeerde element (woning, schakelkast ...) uitzendt.

Om efficiënt te zijn moet het temperatuurverschil tussen binnen en buiten de woning 7 tot 9 graden bedragen.

Kostprijs: 250 tot 350 euro (excl. btw) voor een huis van 150 m2.

2. Infiltrometrie (Blowing Door)

Infiltrometrie is bedoeld om luchtlekken in de mantel van een gebouw te detecteren. Die "lekken" staan meestal loodrecht op het lijstwerk van ramen en deuren, loodrecht op scheuren in het metselwerk of in de buurt van afvoerbuizen.

Tijdens de test wordt een vertrek in onder- of overdruk geplaatst met behulp van een deur waarop een ventilator werd gemonteerd. Op die manier kunnen de luchtstromen in de mantel worden opgespoord.

De infiltraties kunnen op drie manieren in kaart worden gebracht:

Met behulp van infrarood-thermografie (zie hierboven) die toont welke plekken door stromen buitenlucht worden afgekoeld als het gebouw in onderdruk wordt geplaatst.

Met behulp van een anemometer die luchtverplaatsingen meet op plekken die last hebben van infiltraties.

Met behulp van artificiële rook die doordringt op luchtdoorlatende plaatsen.

Kostprijs: 450 tot 550 euro excl. btw voor een huis van 150 m2 (met inbegrip van controlethermografie).

Niet bij alle renovatiewerken dringen dergelijke tests zich op. Maar als u veel belang hecht aan een efficiënte en correct geplaatste isolatie, mag u niet aarzelen. De kostprijs is niet onoverkomelijk. Dankzij premies wordt hij zelfs licht verteerbaar.

Welke oplossing kiezen?

Nadat de diagnose werd gesteld, moet u nadenken over de beste isolatietechnieken voor uw woning. Welke muuroppervlakken gaat u isoleren? Met welk isolatiemateriaal?

Verlies bij isolatiewerken nooit uit het oog dat u, zeker in het kader van een renovatie, steeds moet streven naar een thermisch evenwicht en een hygrometrisch evenwichtin (de mantel van) het gebouw.

Basisprincipe:

Thermisch evenwicht. Een bepaald gedeelte niet 'overisoleren' ten koste van een ander - zwakke punten opvangen

Hygrometrisch evenwicht. Door de plaatsing van een dampscherm (of damprem) het vochtgehalte in de luchtstroom in de richting van de isolatie beperken.

Degelijk isoleren of overisoleren?

Om efficiënt te zijn moet de nieuwe isolatie een zo groot mogelijk oppervlak van de mantel bedekken. Op die manier krijgt u voor de verschillende muren een zo haalbaar mogelijke U-coëfficiënt. Muren overisoleren is zinloos als u de 'slechte' beglazing die drie tot vijf keer meer warmte verliest dan muren (zie grafiek U-waarden voor de vier voorbeelden), nog niet verving. Een uniforme isolatie op alle betrokken muren is belangrijk. Op die manier vermijdt u problemen ten gevolge van thermische bruggen.

Hygrometrisch evenwicht

De meeste activiteiten binnenshuis maken dat het vocht in de omgevingslucht vrijkomt. Dat vocht wordt afgevoerd door een combinatie van ventilatie en lucht die in de muren dringt. We gaan hier niet dieper in op ventilatiesystemen, maar wel op de luchtstromen via muren.

De hoeveelheid vocht die lucht kan bevatten, hangt af van de temperatuur. Daarom is het belangrijk de muur zó te ontwerpen dat eerst de vochtigheidsgraad en dan pas de temperatuur daalt.

Wanneer u rekening houdt met zowel de thermische als de hygrometrische elementen, kan een vakman u nauwkeurig adviseren over de plaatsing en het soort isolatiemateriaal dat moet worden aangebracht.

De muren

Rekening houdend met beide hierboven vermelde elementen, moet u nog een oplossing kiezen voor de isolatie van uw buitenmuren.

Isoleren aan de buitenkant

Isoleer de muren van uw woning zo veel mogelijk vanbuiten om continuïteit in de isolatielaag te verzekeren.

Voordelen:

behoud van de thermische inertie van de muren ( = meer thermisch comfort);

beperkt risico op thermische bruggen en condensatie;

geen interventies binnenshuis nodig.

Nadelen:

moeilijk uit te voeren in de winter;

beperkte keuze aan isolatiemateriaal;

risico op condensatie in de muur indien de isolatie te doorlaatbaar is;

vereist in ieder geval een nieuwe bekleding om de isolatie te beschermen: gevelbekleding (hout, leisteen, dakpannen, sidings ...), een laag pleisterkalk of een bakstenen parement;

vereist de plaatsing van drempels, waterafvoer ...

Toch is isoleren langs de buitenkant niet altijd mogelijk. Zo moet u beseffen dat de dikte van uw gevel met 10 tot 15 cm of zelfs meer (zie tabel) zal toenemen. Alle elementen in de afwerking (vensterbanken, dakranden ...) zullen moeten worden aangepast.

Bij het inschatten van uw budget moet u er dus rekening mee houden dat die aanpassingswerken minimaal evenveel kosten als de eigenlijke isolatiewerken.

In het geval van een rijhuis of een halfopen bebouwing kunnen de overgang naar de buren en het respecteren van de rooilijn langs de straatkant problemen veroorzaken. Het aanbrengen van een nieuwe gevelbekleding is makkelijker wanneer uw huis over vier gevels beschikt.

Voor elke ingreep in het uitzicht van een gevel moet u een stedenbouwkundige vergunning aanvragen. En dus werkt u het best samen met een architect.

Vraag informatie bij de bevoegde dienst van uw gemeente om te weten of de werken die u overweegt uit te voeren aan uw woning worden toegestaan (rooilijn, toegelaten materialen ...).

Isoleren aan de binnenkant

Indien u niet vanbuiten kunt isoleren, biedt vanbinnen isoleren een uitkomst. In dat geval is de grootste voorzichtigheid geboden. De continuïteit in de isolatielaag zal immers moeilijk te vrijwaren zijn (bijvoorbeeld loodrecht op de aansluitingen tussen de gevel en de verticale binnenmuren of de vloerplaten op de verdieping). Maar met de hulp van een specialist zijn dergelijke werken wel haalbaar.

Voordelen:

de lucht binnenshuis wordt snel opgewarmd (voor panden die niet permanent bewoond zijn);

makkelijk te plaatsen door doe-het-zelvers;

mogelijkheid om in fases te werken;

bij de plaatsing hoeft u geen rekening te houden met de weers-omstandigheden.

Nadelen:

een deel van de thermische inertie wordt ongedaan gemaakt, waardoor het thermisch comfort daalt;

risico op thermische bruggen en condensatie (aansluiting van de gevel op de binnenmuren of de vloerplaten);

impliceert een verlenging of een vervanging van de vensterbanken én de realisatie van nieuwe afkantingen;

vereist een verplaatsing van radiatoren, stopcontacten, schakelaars, gordijnrails ...

Isoleren tussen de muren

Sommige firma's stellen voor om isolatie aan te brengen in holle muren. In dat geval wordt de spouw opgevuld met los isolatiemateriaal. Die oplossing biedt het voordeel dat noch het uitzicht, noch de binnenkant van uw woning wijzigt. Maar de uniformiteit in de opvulling - en dus de kwaliteit van de aangebrachte isolatielaag - valt moeilijk te controleren. Bovendien kunnen er grote problemen ontstaan wanneer het lijstwerk moet worden vervangen.

Het dak

Een groot deel van de warmte in huis ontsnapt via het dak. Een bijkomende isolatie is aan de binnenkant mogelijk zonder ingrepen in de dakbedekking. U kunt ook extra isolatie aan de buitenkant overwegen.

Isoleren langs de buitenkant

Indien u het dak en het gebinte volledig renoveert, moet u de hoogte van het spanwerk aanpassen aan de gewenste isolatiedikte. Bij het berekenen van die hoogte houdt u naargelang van het type onderdak rekening met een luchtlaag van 1 tot 2 cm om het dak te ventileren.

Wanneer u enkel de dakbedekking vervangt en niet het spanwerk, kunt u onder de dakspanten isoleren (harde panelen, losse isolatie in een raam, dunne reflecterende isolatielaag ...). In dat verband spreken we van het 'Sarkingsysteem'. Dat systeem maakt een plaatsing van de isolatie mogelijk waarbij de continuïteit perfect wordt gerespecteerd: aaneensluitende panelen zonder onderbreking, mogelijkheid tot afdichting en controle van de voegen vóór het aanbrengen van de dakbedekking.

Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) is geen voorstander van het gebruik van een dunne reflecterende isolatielaag. Het isolerend vermogen kan immers niet volgens de traditionele methodes worden berekend en het voordeel van de beperkte dikte wordt vrijwel ongedaan gemaakt door de luchtlaag die boven- en onderaan moet worden voorzien om een degelijke ventilatie mogelijk te maken.

Vóór het begin van zulke werken controleert u best nauwkeurig aan welke elementen moet worden gesleuteld voor een eventuele verhoging van uw dak (tussenruimte tussen balken, aansluitingen met de buren, schoorstenen, dakvensters ...).

Isoleren aan de binnenkant

Deze optie lijkt eenvoudiger, maar houdt meer risico's in. Zoals al eerder gesignaleerd, moet er aan de binnenkant van de isolatie meestal een dampscherm (of damprem) worden geplaatst. Indien uw dak aanvankelijk degelijk werd gelegd, is er al een dampscherm voorzien. Dat moet u weghalen alvorens de nieuwe isolatie aan te brengen. Na de plaatsing van de nieuwe isolatie moet over de volledige geïsoleerde oppervlakte van het dak een nieuw dampscherm worden geplaatst.

Twijfelt u, win dan advies in bij een vakman. Condensatie (bij een dak dat hoofdzakelijk uit hout bestaat) kan aardig wat problemen veroorzaken.

Welk isolatiemateriaal gebruiken?

In grote lijnen komt het hierop neer.

'Bio-isolatie' wordt over het algemeen meer gebruikt door doe-het-zelvers. Ze is goedkoper, maar de plaatsing is complexer en neemt meer tijd in beslag.

De meeste aannemers werken liever met gecertificeerd isolatiemateriaal dat een technisch label kreeg, ook wel het ATG-keurmerk genoemd. Dat staat garant voor een degelijke uitvoering. De toekenning van premies en fiscale voordelen wordt vaak aan dergelijke voorwaarden verbonden.

Bent u helemaal zeker van uw eigen kennis, heeft u genoeg tijd en hecht u geen belang aan premies, dan kan u de werken ook zelf uitvoeren. Is een van die voorwaarden niet vervuld, doe dan een beroep op een vakman.

U kiest het isolatiemateriaal niet enkel op basis van de thermische kwaliteiten, zeker niet wanneer het om een renovatie gaat. Andere criteria waarmee u rekening moet houden, zijn de stijfheid, de vuurbestendigheid, de stootvastheid, de waterdichtheid ...

Hoe de thermische kwaliteiten van isolatiemateriaal beoordelen?

De meest gebruikelijke isolatie wordt gekenmerkt door haar thermische conductiviteit l. Het cijfer geeft aan hoe hoog de warmtestroom (watt) is, die door 1 m2 muur van 1 m dikte gaat, en dat bij een temperatuurverschil van 1°Kelvin tussen de beide zijden van de muur.

Hoe lager die l-waarde, hoe beter het isolatiemateriaal. Hieronder enkele voorbeelden:

Koper - 380 W/mK

Beton - 1,5 W/mK

Water - 0,6 W/mK

Klassiek isolatiemateriaal - 0,04 W/mK

Wees voorzichtig bij het vergelijken van de l van materialen: ga af op de norm NBN B62-002 (beschikbaar bij het WTCB). De waarden die daar vermeld staan, zijn minder optimistisch dan die van de fabrikanten.

Besluit

Uit de voorbeelden blijkt dat isoleren tijdens renovatiewerken vooral rendabel is wanneer de thermische weerstand van de muren van de woning beperkt is (hoge U-waarde). De realisatie van dergelijke werken vergt een complexe knowhow en dus doet u over het algemeen beter een beroep op een competente vakman, zowel om een diagnose te stellen als om het hygrothermische evenwicht in de nieuwe muren van uw huis te verzekeren. Verlies daarbij de algemene verluchting van het pand niet uit het oog.

Tekst: Cédric Bourgois

Ik ga Bouwen & Renoveren 200805

Tips

Simulatie van uw besparingen

Isolatiewerken zijn niet eenvoudig. U kunt zich vooraf dan ook best afvragen of het sop de kool waard is. Om dat te weten, raden wij u aan gebruik te maken van on- linetools die inschatten hoeveel u kan besparen door uw huis beter te isoleren. Let op! Onthou dat de eerste centimeters isolatiemateriaal steeds de interessantste zijn: een overgang van 0 naar 6 cm isolatie levert u een aanzienlijke besparing op. De winst zal wellicht lager liggen bij de overgang van 6 naar 12 cm ...

In Vlaanderen: op de website www.energiesparen.be van het Vlaamse gewest kunt u de gegevens van uw woning en de voorziene werken invoeren om te berekenen hoeveel u zult besparen en hoelang u zult moeten afbetalen, rekening houdend met premies en belastingverminderingen. Een simulatie op de site www.isoterra.be (hieronder vermeld) kan u eveneens helpen te becijferen wat u uitspaart.

In Brussel en Wallonië kan u een simulatie maken op de website www.isoterra.be (samenwerking tussen bouwbedrijven). Ook een architect kan u een meer gedetailleerde berekening bezorgen die uitgaat van uw dossier. Hij maakt daarbij gebruik van de simulatiesoftware van het Waalse gewest (het programma vereist helaas specifieke knowhow waarover niet iedereen beschikt).

ExtraLet op met bestaande vochtproblemen

Een oude muur die tekenen van opstijgend vocht vertoont, kunt u maar beter aanpakken vóór u een nieuwe isolatie aanbrengt om het vocht in de muur tegen te houden. Het optrekken van een dubbele wand lost het probleem niet op, maar stelt het enkel uit tot later.

Schimmels op de muur zijn meestal het gevolg van problemen met de interne condensatie en de verluchting. Ga duidelijk op zoek naar de oorzaak vóór u met de isolatiewerken begint.

De strijd tegen thermische bruggen

Een thermische brug is een minder goed geïsoleerde plek in de constructie, meestal in de buurt van raamopeningen (vensterbanken, lateien), in de hoeken van muren, op de aansluiting tussen de vloerplaat en de muren of tussen de muren en het dak ... Infraroodthermografie (zie hierboven) brengt ze moeiteloos in beeld.

Een thermische brug kan niet enkel leiden tot al dan niet aanzienlijk energieverlies, maar ook tot condensatie: loodrecht op de brug is de muur immers koud en lucht die daarmee in contact komt, dreigt te condenseren. Om dergelijke problemen te vermijden is het goed alle details te bestuderen en, vooral, de werken volgens de uitgetekende plannen te laten uitvoeren.

Een dampscherm

Om problemen met dauwpunten (condensatiepunten) in muren te vermijden, wordt gewoonlijk een dampscherm geplaatst op de warme zijde (binnenzijde) van de muur. Die oplossing impliceert dat al het vocht dat in huis wordt geproduceerd via een ventilatiesysteem moet worden afgevoerd. Bij het creëren van die buffer moet u letten op een zorgvuldige aansluiting. Elke slecht afgedichte overgang houdt immers een risico in op condensatie binnen de isolatielaag. Daardoor wordt niet alleen het isolatievermogen aangetast, maar kan de muur zelf ook beschadigd raken.

Degelijk afgewerkte aansluitingen vereisen dan ook technische kennis en de nodige zorgvuldigheid. Dat wordt door doe-het-zelvers én vakmensen wel eens over het hoofd gezien.

... of een damprem?

In plaats van de binnenkant van een muur volledig luchtdicht te maken door de plaatsing van een dampscherm kunt u ook kiezen voor een damprem. Die doet de vochtigheid dalen, maar houdt niet alle vocht tegen. Bij gebrek aan een ventilatiesysteem in de woning is het risico op condensatie minder groot.

Lees meer over:

Postcode

Onze partners