Zichtbaar en onzichtbaar comfort in een fraaie burgerwoning

19/11/14 om 16:46 - Bijgewerkt om 16:45

Een fraaie burgerwoning uit 1939 werd door de eigenaar/architect Christine Baetens in fasen gerenoveerd.

Eerst werd de zolder ingericht, daarna verhuisde de badkamer van het gelijkvloers naar de eerste verdieping en ten slotte werd de volledige benedenverdieping aangepakt. Voor het eerst kreeg de leefruimte zicht op de tuin.

Van vorige generaties eigenaars had de rijwoning al een nieuwe keuken en badkamer gekregen, maar voorts was de architectuur ongemoeid gelaten. Architect Christine Baetens kocht het huis in 1993 en woonde er vijftien jaar voor ze een grote renovatie doorvoerde. Intussen had het paar wel enkele kleinere werkzaamheden uitgevoerd. Met 'kleiner' bedoelen we dan vooral minder ingrijpend dan de tabula rasa uit 2008. Zo was de zolder al ingericht als leefruimte - die werd een slaapkamer. Enkele jaren later plaatsten de eigenaars op de eerste verdieping, waar voorheen de slaapkamer was, een nieuwe badkamer.

Al die tijd was de benedenverdieping zo goed als onveranderd gebleven. Toen de eigenaars ook die onder handen pakten, deden ze dat echt wel grondig. Als er al twijfel bestond over het al dan niet behouden van de bestaande vloeren en lijsten, dan gaf een praktische noodzaak meteen de doorslag: alle technieken, inclusief de riolering, waren aan vernieuwing toe. Ook een degelijke isolatie en ventilatie ontbrak volledig. De woning werd dan ook helemaal gestript.

Zichtbare tuin

Wat het 'zichtbare comfort' betrof, was het vooral de volledig massieve en dus gesloten achterbouw die de bewoners hinderde. Daglicht bereikte de woning weliswaar al via een kleine patio, maar het huis bood geen zicht op de stadstuin en dat was zonde. Het zwaartepunt van de verbouwing was dus om licht en uitzicht in de woning te brengen en de architectuur af te stemmen op de hedendaagse comfortwensen en wettelijke normen.

De oude achterbouw maakte plaats voor een nieuw gedeelte, waarbij de op het zuidwesten georiënteerde achtergevel volledig in glas werd uitgewerkt. Door de plafondhoogte te laten verspringen, kon centraal in de leefruimte een bandraam worden geplaatst, dat opmerkelijk veel extra daglicht binnenbrengt.

Een belangrijk gevolg van dat plan was de functie-indeling: die werd gewoon omgekeerd. Nutsruimtes aan de straatkant, koken in het midden, eten en ontspannen aan de tuinkant. Daarmee gaat het contact met de straat wel wat verloren, maar de voorgevel brengt nog steeds licht binnen, dankzij matglazen raamopeningen. Doordat de deur tussen berging en keuken in mat glas werd uitgevoerd, stroomt dat licht door tot in de keuken.

Tekst: Sofie De VrieseFotograaf: Luc Roymans

Onze partners