Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen: 'Wie bouwt moet zich afvragen wat zijn woning voor de maatschappij kan betekenen'

20/02/14 om 14:00 - Bijgewerkt om 14:00

Bron: Ik Ga Bouwen

Elke dag van Batibouw laten we een expert aan het woord over de stand van de Bouw. Vandaag: Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen.

Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen: 'Wie bouwt moet zich afvragen wat zijn woning voor de maatschappij kan betekenen'

Tegen 2030 moeten 330.000 extra gezinnen gehuisvest worden en voor een groot deel van hen zullen nieuwe woningen moeten worden gebouwd. Maar op de huidige manier kunnen we niet voort, vindt Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen. Er is nood aan innovatieve initiatieven en hij heeft zo wel een paar ideeën.

De bevolkingsgroei - met tegen 2050 in Vlaanderen 1,2 miljoen extra inwoners - schreeuwt om nieuwe woningen. Het is een van de vele uitdagingen die de Belgische bouwsector te wachten staat.

Peter Swinnen: 'Eigenlijk zit de sector er al middenin. Na de Tweede Wereldoorlog werd het schijnbare ideaal van 'huisje, tuintje, kindje' en individueel wonen aan de bevolking opgedrongen door de politiek. Mensen werden met subsidies aangemoedigd om buiten te stad te gaan wonen, wat tot veel lintbebouwing en verkavelingen heeft geleid. Vooral in Vlaanderen is de bebouwing erg gespreid. Die afstanden overbruggen, voor pakweg rioleringswerken of openbaar vervoer, brengt enorme kosten met zich mee.'

DENKEN AAN LEVENSLANG WONEN

Hoe wordt dat aangepakt? Swinnen: 'De problemen worden nog niet aangepakt zoals het zou moeten. De sector moet goed nadenken over de toekomst en innovatieve ideeën naar voren brengen. We leven in een sfeer van protectionisme en de focus ligt nog steeds heel hard op het individuele. Maar de oplossing ligt net in collectiviteit.'

We moeten intelligent bouwen en wonen. Het is belangrijk om levenslang wonen in het achterhoofd te houden bij nieuwe projecten. Dat is essentieel met de toenemende vergrijzing en de steeds langere levensduur.'

Wat bedoelt u met collectiviteit? Swinnen: 'De dingen clusteren. Bijvoorbeeld een grote tuin delen of er een stuk van aan de publieke ruimte overhevelen. Ik woon zelf in een woonblok in Brussel met 110 gezinnen. We hebben er een panoramisch dakterras, een grote tuin en zelfs een aantal hotelkamers. Dat zijn allemaal zaken die ik nooit op mijn eentje zou kunnen bekostigen. Het is een luxe, iets wat het leven aangenamer maakt. En delen betekent niet dat je elke dag met honderd mensen op dat terras zit. Ik sta er vaak alleen.'

Als we willen bouwen, is de eerste vraag die we ons moeten stellen 'wat kan mijn woning voor de maatschappij betekenen?'

Collectiviteit is geen straf. Ik geloof erin dat sociaal leven in ons DNA zit. Ook wonen in een stad zit ons in het bloed. Het gaat daarbij altijd over delen. We staan sterker als gemeenschap dan als afgesloten individu.'

Moeten we dan allemaal in de reeds overbevolkte steden gaan wonen? Swinnen: 'De stad is inderdaad uit haar voegen aan het barsten. Die druk is nog maar eens een teken dat we anders moeten gaan wonen. Maar daar kunnen de individuele bewoners niet alleen voor zorgen. Het beleid moet aangepast worden en meer initiatieven ondersteunen.

De grotere uitdagingen van de bouwsector beperken zich niet alleen tot wonen en zorg, ook de industrie moet zich aanpassen. Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen wordt onvoldoende nagedacht over het grotere geheel. Neem nu Uplace. Daar was amper een masterplan voor, iedereen doet gewoon maar wat.'

Het woonbeleid is nog niet genoeg geëvolueerd? Swinnen: 'Nee. Zaken als energiezuinig wonen worden volledig op het individu afgeschoven. Eén persoon een subsidie geven voor een zonnepaneel zal het verschil niet maken. Het beleid moet zich richten tot de maatschappij als een geheel. Beetje bij beetje evolueren we daar wel naar. Maar het gaat meestal nog om particuliere initiatieven, dat is niet voldoende.

Maar we doen ons best om er te geraken. Momenteel werkt ons team van Vlaams Bouwmeester samen met onder andere Vlaams minister van Wonen Freya Van den Bossche (SP.A) aan pilootprojecten voor collectief wonen, die over een termijn van vijf jaar klaar zouden moeten zijn.'

'VERANDERING MOET TASTBAAR ZIJN'

Wat houden die projecten juist in? Swinnen: 'De pilootprojecten focussen op vernieuwing, betaalbaarheid, kostendrukken en landschap. Op die manier worden financiële, maatschappelijke, technische en ecologische aspecten omgezet in zogenaamde winsten. Dat zijn voordelen voor de hele maatschappij. Kosten kunnen worden gedrukt omdat ze gedeeld worden door de bewoners, afstanden worden kleiner wat zorgt voor besparingen op bijvoorbeeld rioleringswerken en zo is er weer meer ruimte voor groen, ook in de stad.

Bovendien is het belangrijk voor de Vlaming om verandering te zien en te voelen, opdat hij zou erkennen dat het mogelijk is. Daarom is het goed dat de pilootprojecten in een beleidscontext worden uitgevoerd. Het wordt al wat tastbaarder.'

Kan Batibouw ook een rol spelen in het aanreiken van nieuwe wooninitiatieven? Swinnen: 'Voorlopig focust de beurs enkel op het bouwen zelf, met materiaal en allerhande hebbedingen. Architectuur betekent voor velen al te vaak luxe die achteraf zichtbaar wordt. Maar het kan ook andersom. Architectuur kan aan de basis liggen van een nieuw beleid, het mee vormen en ondersteunen. Ik droom van een Batibouw waar het groter maatschappelijk geheel in de verf wordt gezet, een Batibouw dat toont hoe het anders kan.' (SD)

Lees meer over:

Postcode

Onze partners