Open ruimte: 'Na jaren palaveren, is het nu van moéten verandering doordrijven'

20/02/17 om 09:56 - Bijgewerkt om 19:10

'Het is de Vlaams Bouwmeester menens: open ruimte, dat is de rode draad. Daarom werd ik in huis gehaald', zegt Oda Walpot, open ruimte-adviseur. 'Ik probeer die sense of urgency in ons land als iets positiefs te zien. Na jaren palaveren, is het nu van moéten verandering doordrijven.'

Open ruimte: 'Na jaren palaveren, is het nu van moéten verandering doordrijven'

© Getty Images/iStockphoto

Vlaanderen is verneveld en volgebouwd met verspreide bebouwing in lage dichtheid. 'Maar dat is eigenlijk niet verrassend', meent open ruimte-adviseur in het Team Bouwmeester Oda Walpot. 'Dit is als deltagebied, dicht bij zee. Dichte bewoning met intensief grondgebruik is daar een kenmerk van. Enige fragmentatie is eigen aan zo'n omgeving, het zijn echter de verkavelingen die daar een ontoelaatbare schep bovenop gedaan hebben. Het is onvermijdelijk geworden dat we een beleid rond open ruimte voeren.'

Dat heeft Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck begrepen. 'Het is hem menens: open ruimte, dat is de rode draad. Daarom werd ik in huis gehaald', zegt Walpot.

Volgens de adviseur staat de open ruimte voor grote uitdagingen. Zo moeten de gevolgen van klimaatverandering kunnen worden opgevangen, moet voorzien worden in voedselproductie en energie, moeten we de biodiversiteit vrijwaren net als proper water, bodemvruchtbaarheid, bouwmateriaal en recreatie. 'Er is nood aan rijke evenwichtige en weerbare ecosystemen. Aan een optimale afwisseling van bebouwde en niet-bebouwde ruimte. Aan rust, stilte, ontspanning. Er hangt een sterke ruimtelijke dimensie vast aan dit vraagstuk om een kwalitatieve leefomgeving te creëren', aldus Walpot. 'We kunnen open ruimte eenvoudigweg niet missen.'

Cultuurwijziging

Waar is het dan misgelopen met onze open ruimte? 'Er zijn in het verleden niet noodzakelijk eenmalige fouten gebeurd', vindt Walpot. 'Maar we zijn wel te lang te kwistig omgegaan met onze grond en moeten daarom nu de kans grijpen om de open ruimte te organiseren. Onze bodemrijkdom valt niet te onderschatten, dat is niets wat je zomaar terugkrijgt. Er is meer dan een mentaliteitswijziging een hele cultuurwijziging nodig ten dienste van de mens: als we ons niet aanpassen, verknoeien we onze levenskwaliteit en de mogelijkheid om die te verbeteren.'

Delen

'Als een stuk grond zich het beste leent tot natuurgebied mogen we dat niet slopen om elders te compenseren met bos'

We mogen ons niet onttrekken aan de algemene principes van een goed planologie en ruimtelijke ordening. Mijn streven is dat ook landschapsbouw werkelijk ingang gaat vinden in onze Vlaamse praktijk van ruimtelijke ordening. Mooie landschappen zijn gebieden die goed in elkaar zitten, zijn duurzaam en hebben betekenis, zijn dikwijls architectonisch vormgegeven en roepen een aangenaam gevoel of verbeelding op . Hiervoor is kennis van het landschap, met haar fysieke onderlegger, in combinatie met kennis van mens en maatschappij nodig.

Open ruimte en verstedelijking hoeven volgens Walpot geen tegenstelling te zijn. 'Ik beschouw de stad als een levend metabolisme met open ruimte als onderdeel van een breder systeem van relaties tussen fysieke ruimte en de samenleving', duidt de adviseur. 'We moeten het idee loslaten dat open ruimte in het offensief of defensief moet gaan, dat het oplossingen moet bieden voor de problemen die inherent zijn aan de stad. Ruimtelijke kwaliteit is daarom ook stedenbouw van de open ruimte. Kijken naar de kenmerken van een gebied en aan de hand daarvan het beste gebruik bepalen. Als een stuk grond zich het beste leent tot natuurgebied moeten we niet "slopen" om dergelijke gebieden te ontwikkelen voor industrie of bebouwing en vervolgens elders bijvoorbeeld waardevolle landbouwgrond compenseren met natuur. 'Leg nieuwe bossen aan om structuur en nieuwe kwaliteiten te ontwikkelingen en verminder zo de druk op echte natuurgebieden, werk ook met groene bouwmaterialen in de plaats van enkel met stenen om ruimte vorm te geven'

'Een belangrijk doel is verdichting om tot consistente en goed functionerende gehelen van open ruimte te komen die voldoen aan onze behoeften op vlak van natuur, recreatie, bereikbaarheid', legt Walpot uit. 'Dat zit nog niet helemaal goed: onze mobiliteit zit strop en open ruimte in de stad wordt gelukkig nu wel meer, maar nog mondjesmaat, ontwikkeld binnen stedenbouwkundige concepten. Kijk naar de vele skateparken en groene speelvelden die vsteeds vaker verschijnen in het stedelijk weefsel. De aanpak van het openbaar vervoer zoals de afschaffing van stationhaltes laat het soms lijken alsof we achteruitgaan. Maar wat als achteruitgang van ons openbaar vervoer wordt gezien, is misschien net vooruitgang. Mobiliteit en ruimtelijke ordening hangen sterk samen en dat weet de overheid ook.'

Open ruimte en verstedelijking hoeven geen tegenstelling te zijn.

Open ruimte en verstedelijking hoeven geen tegenstelling te zijn. © Getty Images/iStockphoto

'We moeten begrijpen dat niet aan alle individuele wensen kan worden voldaan en afstappen van het idee dat elk dorp en gehucht bediend moet worden. Iedereen wil van overal naar overal geraken en dat krijgen we vandaag niet georganiseerd', aldus Walpot. 'Er moeten keuzes worden gemaakt als we willen blijven functioneren. Kijk naar het verschil met Nederland waar het collectieve denken sterker aanwezig is. Daar wordt vlugger aanvaard dat een job in een andere stad aannemen ook verhuizen inhoudt. Hier willen we in hetzelfde dorp blijven wonen, maar verwachten we dat het pendelen vergemakkelijkt wordt. Dat is die nodige cultuurwijziging waar ik over spreek.' Dit spreekt niet tegen dat we de dorpskernen moeten aantrekkelijk houden.

Positieve evolutie

Walpot wil van de klassieke concepten afstappen. 'We mogen al eens durven nieuwe dingen te proberen. Maar in België houden we nogal vast aan wat we kennen', vindt ze. 'Daarom is het belangrijk dat we inzetten op voorbeeldprojecten: dat zijn onze hefbomen om de perceptie te veranderen. Ideeën tastbaar en zichtbaar maken, daar gaat het om, meer dan om lange ingewikkelde teksten vol regeltjes. Gelukkig is er een positieve evolutie merkbaar.'

Ook het ontstaan van de complexe regelgeving en het feit dat bijna overal iemand woont maakt het volgens Walpot ook moeilijker. 'Dat ligt heus niet aan onkunde bij de overheid . Soms zijn bepaalde normen zelfs het resultaat van de eisen van burgers of van de samenleving', aldus Walpot. 'Maar we kunnen die sense of urgency in ons land als iets positiefs zien: mensen beseffen meer dat we de zaken dringend over een andere boeg moeten gooien. We hebben er jaren over gepalaverd, maar nu is het van moéten. Dat motiveert om verandering door te drijven,ook in de geesten.'

Delen

'We moeten verschillende disciplines en beleidslijnen gaan samennemen en de focus op duurzaamheid leggen. Willen we innovatie, dan moeten we meer samenwerkingsverbanden aangaan'

Die verandering ligt dus in de hele cultuur. 'Bij de bevolking, de opleidingen, het bestuur, samenwerkingen. Alles. We moeten verschillende disciplines en beleidslijnen gaan samennemen en de focus op duurzaamheid leggen. Willen we innovatie, dan moeten we meer samenwerkingsverbanden aangaan', besluit Walpot. 'En dan de mentaliteitswijziging. Misschien is het geen slechter leven in de stad waar je de fiets naar de bakker neemt. Niet slechter dan die riante villa waar je voor de minste boodschap de auto in moet. Misschien leven de happy few wel in een stad met toegang tot open ruimte.'

Reactie van de Vlaamse Confederatie Bouw:

"Volgens Open Ruimte adviseur Oda Walpot werd er al genoeg gepalaverd en is het nu tijd voor verandering. Maar volgens de VCB (Vlaamse Confederatie Bouw) stelt Oda Walpot de zaken verkeerd voor. Volgens de cijfers waarover de VCB beschikt, is er de laatste jaren juist al heel wat veranderd. In de eerste helft van de jaren 90 nam het extra ruimtebeslag toe met 13 à 14 hectare per dag. De laatste tien jaar schommelt dit rond 5 à 6 hectare en in 2015 daalde het dagelijks extra ruimtebeslag zelfs tot bijna 4 hectare. De laatste jaren heeft dus wel degelijk een grondige vermindering van het extra ruimtebeslag plaats en bovendien ziet alles er naar uit dat naar de toekomst, bij ongewijzigd beleid, het jaarlijkse ruimtebeslag sowieso verder zal afnemen.

De Sense of Urgency waarover Oda Walpot spreekt is dan ook veel minder groot dan zij aangeeft, en is bovendien ingegeven door ruimtebeslagprognoses die volgens een recente analyse van prof. Derudder achterhaald zijn en fout worden geciteerd. Tenslotte legt Oda Walpot zeer sterk de nadruk op de creatie van (extra) open ruimte. Volgens de VCB moet de focus eerst liggen op de mogelijkheden om verder te verdichten. Pas als daarvoor voldoende mogelijkheden zijn gecreëerd via bijkomende stadsvernieuwingsprojecten en aangepaste gemeentelijk verordeningen, kan er sprake zijn van het afremmen van bebouwing in de open ruimte. Zoniet riskeert de overheid het bouwen en de eigendomsverwerving onnodig duur en zelfs onbetaalbaar te maken."

Postcode

Onze partners