Groot en gezellig

09/08/10 om 15:51 - Bijgewerkt om 15:51

De term "loft" wordt vaak geassocieerd met adjectieven als "koel" en "onpersoonlijk". Architect Ludovic Sohet pakte het anders aan en koos voor een knusse en gezellige inrichting.

KRACHTLIJNEN 1. De conversie van een oud industrieel pand tot woonruimte. 2. De configuratie van de ruimte en de spreiding van de vertrekken: het geheel werd volledig opengewerkt, maar elke zone straalt een eigen sfeer uit. 3. De patio die de bewoners extra buitenruimte gunt en tegelijk bijdraagt tot de lichtinval in huis. 4. De monumentale trap en het loopbruggetje die de leefruimte structureren zonder het geheel te overheersen. 5. De kwaliteit en de omvang van het volume op een steenworp van het stadscentrum.

ARCHITECTASJ Concept, Ludovic Sohet

Sommige wijken in Luik mogen dan al verzadigd lijken, met een beetje geluk en verbeelding is het af en toe mogelijk om ongewone toch te benutten. Dat was precies het opzet van Ludovic Sohet, van het bureau ASJ Concept. En met succes. Dit hoekje van de stad, ingesloten tussen de Maas en een zijarm van de Ourthe, is zó volgebouwd dat het iets weg heeft van de hoogbouw op een zeedijk.

De ligging, op een boogscheut van het stadscentrum, is ideaal. De Luikenaars beseffen dit maar al te goed en de huur- en woningprijzen swingen hier dan ook de pan uit. Op de benedenverdieping van een van de recent gerenoveerde flatgebouwen leidt een gang naar een binnenplein dat op een leegstaand magazijn uitgeeft.

Twee elementen

Op de twee onderste niveaus werd een parkeerplaats aangelegd. Een metalen trap klimt naar de tweede verdieping. De architect besloot het bovenste gedeelte van het oude industriële pand in te richten voor zijn gezin. De loft neemt momenteel twee verdiepingen in beslag. Die baden in het licht en bieden een doorkijk naar een zijarm van de Ourthe die langs de achterkant van het gebouw stroomt.

Het pand omvat twee elementen. Vooraan herbergt een eerste blok met een plat dak de inkom en de dienstruimten. Die zijn bereikbaar via een metalen trap van op de binnenplaats. Opvallend aan dit volume: het centrale gedeelte werd opengewerkt en er heeft zich een hangende tuin ontwikkeld. De buitenmuren bleven bewaard, om de intimiteit van de bewoners te vrijwaren. De ruimte lijkt wel een kamer zonder dak, afgebakend met een muur vol planten. Ze maakt volwaardig deel uit van het interieur, dit dankzij grote schuiframen die de grens tussen binnen en buiten doen vervagen.

In het tweede volume werden de leefruimten ondergebracht. Een doorschijnende schuifdeur vormt de toegang en isoleert dit volume van de inkomhal. Deze ruimte is ook hoger, ruimer, situeert zich onder een dak met twee schilden en baadt volop in het licht dankzij de talloze ramen.

Monumentale trap

Twee oude vakwerkspanten hebben nog steeds een dragende functie en organiseren de ruimte. Vroeger stonden ze vrij, nu worden ze door een reeks stalen zuilen gestut. Hun rol: de structuur waarop de vloeren van de hoger gelegen verdieping rusten, versterken en de leefruimten definiëren. De zeer open ruimte sterkt zich uit over 130 m². De vertrekken onderscheiden zich van elkaar door een verschil in plafondhoogte en het gebruik van kleuren die voor een specifieke sfeer zorgen. De centrale zone werd vrij gelaten, waardoor ze de hele hoogte van het gebouw benut.

In het hart van de loft leidt een brede trap in glas en staal naar de verdieping. De monumentale trap die ten volle wordt uitgespeeld, geeft de ruimte iets zwierigs. De twee plateaus op de verdieping, aan weerszijden van de dakspanten, staan met elkaar in verbinding via een passerelle die gesteund wordt door een stuk muur waarin ook de open haard zit verwerkt. De rook wordt afgevoerd via een rookkanaal in roestvrij staal langsheen de loopbrug.

Léa Bierlin

Lees meer over:

Onze partners