Versoepeling versus verstrenging van het vergunningenbeleid?

14/02/11 om 14:49 - Bijgewerkt om 14:49

Bron: Ik Ga Bouwen

De gevolgen van het decreet ruimtelijke ordening voor de burger op een rijtje.

Het nieuw decreet ruimtelijke ordening (Vlaamse codex ruimtelijke ordening) werd goedgekeurd. Daarom lijkt het ons aangewezen om even stil te staan bij de gevolgen die de inwerkingtreding van het decreet sinds 1 september 2009 voor de burger met zich meebrengt.


De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige regeling zullen bestaan uit onder andere het nastreven van een administratieve vereenvoudiging, een wijziging van de beroepsprocedure, het creëren van meer rechtszekerheid, de oprichting van een Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid en een wijziging van de verjaringstermijnen.

Eén van de maatregelen uit de ganse mix aan beleidsinstrumenten om deze administratieve vereenvoudiging tot stand te brengen, zal de invoering van een meldingsplicht zijn. Voor tal van kleine werkzaamheden volstaat binnenkort een loutere melding aan de gemeente in plaats van het doorlopen van een ganse bouwvergunningaanvraag.


1. De meldingsplicht concreet


Met de invoering van de meldingsplicht zal binnenkort, naast de vergunningsplichtige en de vrijgestelde kleine bouwwerken, een derde categorie van werken in de regelgeving worden toegevoegd. Een simpele melding aan het college van burgemeester en schepenen (verder 'college' genoemd) zal volstaan voor tal van kleine, gebruikelijke werkzaamheden zonder dat hiervoor nog langer een vergunning moet aangevraagd worden. De melding zelf dient gericht te worden aan het college en kan per aangetekend schrijven, door afgifte tegen ontvangstbewijs of via elektronische aangetekende zending gebeuren.

De melding zal twintig dagen na de datum waarop de melding is gebeurd, uitvoerbaar zijn. Deze termijn biedt voor het college de mogelijkheid om de indiener er eventueel op te wijzen dat de gemelde handelingen in overeenstemming met de geldende regelgevende bepalingen, toch vergunningsplichtig zijn. De stedenbouwkundige voorschriften mogen bovendien niet uit het oog worden verloren.

Bij strijdigheid met deze voorschriften dient alsnog een vergunning te worden aangevraagd en zal enkel in het geval de codex ruimtelijke ordening in een afwijking voorziet, een vergunning worden toegekend. Indien de indiener dit wenst, kan zijn dossier als een behandeling van een vergunningsaanvraag worden voortgezet.

Wordt daarentegen de melding toch uitgevoerd, zal dit gelijk staan met een strafbare uitvoering van een vergunningsplichtige handeling. Wordt echter binnen deze twintig dagen geen antwoord of commentaar door de gemeente gegeven, kan zonder meer gestart worden met de werken.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2009 tot vaststelling van meldingsplichtige handelingen bepaalt de gevallen waarin de vergunningsplicht vervangen wordt door een verplichte melding aan het college van burgemeester en schepenen. Een aantal voorbeelden.

- De realisatie van een zorgwoning door middel van een ondergeschikte wooneenheid is meldingsplichtig in plaats van vergunningsplichtig, op voorwaarde dat de ondergeschikte wooneenheid gecreëerd wordt binnen het bestaande bouwvolume van de woning.
- Een verkavelingvergunning waarvoor de aanvraag in eerste administratieve aanleg verricht is vanaf 1 september 2009, kan uitdrukkelijk en mits toestemming van het college aangeven dat de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor het oprichten of aanpassen van een woning binnen de verkaveling, omgezet wordt in een meldingsplicht.
- De plaatsing van hokken voor dieren, duiventillen, volières, tuinhuisjes, tuinbergplaatsen, garages, carports, serres, veranda's en overdekte terrassen is meldingsplichtig mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden. Zo zullen voor een melding van dergelijke constructies deze niet in ruimtelijk kwetsbaar gebied maar in een woongebied moeten worden opgericht. Ze mogen niet groter zijn dan 50 m², niet hoger zijn dan 3,5 m, niet in de voortuin worden geplaatst, op minstens 3 m van de perceelsgrens worden opgericht, maximum 20 % van de totale oppervlakte bedragen, ...

2. Versoepeling versus verstrenging van het vergunningenbeleid?


Voor tal van bouwwerken die voorheen vergunningsplichtig waren, zal de meldingsplicht een versoepeling inhouden van het vergunningenbeleid. Denken we maar aan de plaatsing van veranda's, pergola's, nieuwe woningen in nieuwe verkavelingen, ... die vanaf 1 september zullen kunnen worden opgericht zonder vergunningsaanvraag.

Andere constructies die al door het vrijstellingsdecreet van 14 april 2000 werden vrijgesteld van vergunningsplicht, zullen door de invoer van de meldingsplicht echter opnieuw onder toezicht van de gemeente komen te staan. De melding zal dan als een controle-instrument worden aanzien, daar waar dit voordien niet het geval was. De burger zelf zal hier echter weinig hinder van ondervinden.

3. Naar analogie met het milieuvergunningendecreet


Bij de totstandkoming van het wijzigingsdecreet heeft de figuur van de melding inspiratie gevonden bij het milieuvergunningendecreet. De stedenbouwkundige melding heeft dan ook hetzelfde rechtskarakter als de milieumelding, wat inhoudt dat zij eveneens geen administratieve rechtshandeling uitmaakt en bijgevolg niet door de overheid onontvankelijk verklaard of geweigerd kan worden.


4. Is de meldingsplicht een effectief instrument?


De meldingsplicht werd ingevoerd met als doel een verlaging van administratieve overlast te realiseren. Waar sommigen van mening zijn dat deze doelstelling wel degelijk haalbaar is, hebben anderen reeds hun ongenoegen geuit over de invoering van dit initiatief. Zo menen tal van Vlaamse gemeenten dat al deze meldingen alsnog gecontroleerd zullen moeten worden en moeten worden opgenomen in het vergunningenregister.

Bovendien zijn zij ervan overtuigd dat de burger zich bij hen zal informeren of de geplande handelingen meldings- of vergunningsplichtig zijn. Tot slot wordt door hen onduidelijkheid bij de burger gevreesd. Het gevaar bestaat dat tal van constructies louter gemeld zullen worden daar waar eigenlijk een vergunningaanvraag vereist is en omgekeerd.


5. Besluit


Geïnspireerd op het milieuvergunningendecreet werd met de invoer van de meldingsplicht in het nieuwe decreet ruimtelijke ordening een eerste initiatief genomen om het stedenbouwkundige vergunningenbeleid administratief te vereenvoudigen. Gelet op de mogelijke nieuwe lasten waar de gemeenten zich aan verwachten, is het nog maar de vraag of deze doelstelling wel degelijk bereikt zal worden.


Sven Vernaillen en Karolien Bulkmans


Sven Vernaillen & Karolien Bulkmans maken deel van GSJ- advocaten (www.gsj.be)

Postcode

Onze partners