Hoe variabel is uw variabele rente?

21/02/13 om 12:31 - Bijgewerkt om 12:31

Bron: Ik Ga Bouwen

Tijdens Batibouw brengen we u dagelijks op de hoogte met informatie over financiën en recht. Vandaag: Hoe variabel is uw variabele rente?

Hoe variabel is uw variabele rente?

© Thinkstock

Bij het afsluiten van een woonkrediet moet u kiezen tussen een vaste en een variabele rentevoet. De variabele variant wordt door de meeste bouwers en kopers als risicovol beschouwd. Maar is dat wel zo?

Als u leent voor de aankoop of bouw van een woning, dan kan dat tegen een vaste of een variabele interestvoet. Negen van de tien bouw- of kooplustigen opteren voor een vaste rentevoet. Dat is niet verwonderlijk: de rente staat momenteel vrij laag en als kredietnemer weet u exact hoeveel u in de toekomst zal moeten terugbetalen. De woonkredieten met een variabele rente zijn veel minder in trek. Dat heeft te maken met enerzijds de vrees voor het onzekere en anderzijds de onwetendheid. Er zijn namelijk verschillende formules die bepalen hoe snel en hoe fel de rentevoet wijzigt, en die zijn niet voor iedereen even duidelijk...

De wet beperkt het risico

De wetgeving inzake hypothecaire leningen voorziet alvast een aantal beschermingsmaatregelen voor leners die de voorkeur geven aan een variabele rentevoet. De wet bepaalt immers dat de aanpassing altijd in twee richtingen moet kunnen gebeuren. Formules waarbij de rentevoet enkel kan stijgen - maar niet kan dalen - zijn dus verboden. Bovendien mag die rentevoet alleen verhoogd of verlaagd worden na vooraf gedefinieerde periodes, en uw bank moet steeds duidelijk aangeven hoe lang die precies zijn. Sowieso geldt een minimumperiode van een jaar: de interestvoet kan dus nooit meer dan één keer per jaar aangepast worden.

Volgens de meest eenvoudigste '1/1/1'-formule gebeurt de renteaanpassing jaarlijks. Die gebeurt meestal op de verjaardag van de ondertekening van de notariële akte, maar in principe mag ook een ander tijdstip afgesproken worden. Er zijn echter ook andere formules mogelijk, zoals '3/3/3' (driejaarlijks aanpasbaar) of '5/5/5' (aanpassing om de vijf jaar). De periodes moeten trouwens niet allemaal even lang zijn: een '3/1/1'-formule (eerste herziening na drie jaar en nadien jaarlijks herziening) is eveneens toegestaan.

Cap en floor

De hoogte van de aanpassing wordt door een zogenaamde 'cap' en 'floor' weergegeven: de maximumpercentages waarmee de interest kan verhoogd (cap) of verlaagd (floor) worden. Een cap zorgt dus voor een bescherming in periodes van sterk stijgende rente, maar de floor zorgt dan weer voor een beperking van eventuele renteverlagingen. Twee voorbeelden:
? bij de formule '1/1/1 +3/-3' mag de rentevoet om het jaar aangepast worden, en bij die aanpassing kan de rentevoet maximaal 3% stijgen en 3% dalen.
? bij de formule '5/5/5 +5/-5' mag de rentevoet om de vijf jaar aangepast worden, bij de aanpassing kan de rentevoet ten hoogste 5% stijgen en maximaal 5% dalen.

De boven- en ondergrens worden in de kredietakte vastgelegd. Deze grenzen mogen vrij gekozen worden, maar de aanpassing naar boven (cap) mag nooit groter zijn dan de aanpassing naar beneden (floor). Het omgekeerde is wel toegelaten: de maximale afwijking naar beneden mag groter zijn dan de maximale afwijking naar boven. Er bestaan zelfs formules waarbij de rente bijvoorbeeld maximaal 2% kan stijgen maar wel onbeperkt kan dalen.

Index als referentie

Al even belangrijk is het feit dat de aanpassing van de rentevoet niet willekeurig mag gebeuren. De herziening is namelijk gekoppeld aan een objectieve referte-index die bij het afsluiten van uw lening opgenomen wordt in het contract. Deze index mag niet vrij gekozen worden door uw bank. "We moeten ons hiervoor baseren op een wettelijk gepubliceerde referentie", zegt Kim Cauberghs van BNP Paribas Fortis. "We hanteren een specifieke index A voor jaarlijks variabele rentevoeten, en een andere index E voor vijfjaarlijkse of tienjaarlijkse aanpassingen. Deze indexen worden elke maand - na publicatie in het Belgische Staatsblad - aangepast en meegedeeld via onze kantoren en op de website."

"In het kredietcontract staat duidelijk vermeld welke startindex er van toepassing is. Op het moment van de rentevoetherziening kijken wij na welke nieuwe referte-index er dan van toepassing is. Dat kan dan leiden tot een stijging of een daling van de maandelijkse interest. Als kredietnemer ontvangt u steeds een brief waarin de berekening wordt verklaard." Die berekening gebeurt op basis van een wettelijke formule: nieuwe rentevoet = oude rentevoet + (nieuwe index - oorspronkelijke index).

Een voorbeeld

Is het u nog niet helemaal duidelijk? Geen nood: wij vroegen aan een bankier om een en ander uit te leggen aan de hand van een concreet voorbeeld.

"Stel, u hebt in december 2008 een krediet met een jaarlijks aanpasbare rentevoet afgesloten aan een rentevoet van 4% op jaarbasis", zegt Virginie Lauwers van KBC. "Die komt overeen met een maandelijkse interestvoet van 0,3273%. Vermits het om een krediet met jaarlijkse herziening gaat, moet er rekening gehouden worden met de referentie-index A. De waarde van deze index staat in de kredietakte vermeld en is in ons voorbeeld 0,2375 (of 2,888 op jaarbasis). Bij de jaarlijkse herziening in december wordt naar de index van dat moment gekeken. Stel dat die dan bijvoorbeeld 0,1214 (of 1,467 op jaarbasis) bedraagt. In dat geval bedraagt de nieuwe rentevoet van je krediet 0,3273% + (0,1214 - 0,2375) = 0,2112% op maandbasis. Dat komt overeen met een rentevoet van 2,56% op jaarbasis." Afhankelijk van de gekozen ondergrens wordt de renteaanpassing al dan niet volledig doorgevoerd.

Roel Van Espen

Lees meer over:

Postcode

Onze partners