Regels bij de installatie van het badkamersanitair

15/05/00 om 22:11 - Bijgewerkt om 22:11

Bron: Ik Ga Bouwen

Welke regels moeten we hanteren bij het installeren van het badkamersanitair?

Welke regels moeten we hanteren bij het installeren van het badkamersanitair?

Drie aspecten zijn belangrijk: de aard van de leidingen die zorgen voor de toe- en afvoer van water in het huis, de hoogte van de aansluitpunten en de diameter van de leidingen. Technische keuzes die worden gemaakt op advies van de architect, maar vooral, in overleg met de loodgieter. Iedere vakman heeft immers zo zijn eigen voorkeuren.

A. Toevoer

Verzinkte leidingen: de meest toegepaste en goedkope oplossing, waaraan echter een aantal nadelen verbonden zijn. Het gaat om rechte leidingen, waarbij bochten of krommingen onmogelijk zijn. Vandaar het noodzakelijk gebruik van heel wat aansluitstukken met schroefdraad en het waterdicht maken met pakkingen. Dit soort leidingen, meestal in een dekvloer aangebracht, moet goed worden beschermd tegen elke vorm van corrosie.

Koperen leidingen: dit materiaal is duurder dan verzinkt staal, maar in principe een stuk flexibeler. De voor- en nadelen zijn gelijkaardig.

Synthetische leidingen: deze genieten vandaag de voorkeur van veel loodgieters, omdat dergelijke leidingen stevig en corrosiebestendig zijn én omdat er heel wat prefab tussenstukken en fittings bestaan. Ze kunnen net zo makkelijk in een dekvloer worden aangebracht als ingekast in de muren. Een nadeel is dan weer de kostprijs van het materiaal.

De hoogte van de aansluitpunten: aansluitpunten voor een toilet zijn doorgaans 20 cm hoog, voor wastafels 50 cm hoog, voor een klassieke badkuip 70 cm hoog en voor een douche 100 tot 110 cm hoog.

B. Afvoer

Hier heeft u de keuze tussen 2 materialen: PVC en polyethyleen.

PVC wordt aangeraden voor alle sanitaire afvoerleidingen in een ééngezinswoning. Ze zijn makkelijk te plaatsen en goedkoop, wat dat betreft geen concurrentie.

Polyethyleen (het best gekend onder de merknaam Geberit) is in vergelijking met PVC van een veel hogere kwaliteit: hogere duurzaamheid, geluiddempend, via lastechnieken perfect af te dichten... Daar staat dan weer tegenover dat het een pak duurder is. In ééngezinswoningen wordt polyethyleen gebruikt op moeilijke plaatsen, zoals de doorgang van leidingen in een leefruimte (toilet boven een salon, bijvoorbeeld).

De diameter: de doorsnede van de leidingen hangt af van het aantal toestellen dat moet worden aangesloten én van het drukverlies ten gevolge van de lengte en de bochten in de leidingen. Volgende cijfers zijn een goede leidraad: doorgaans 16 mm voor wastafels en enkelvoudige douches, 20 mm voor meervoudige douches of installaties met een hoog verbruik (grote badkuipen enz.), 50 mm voor de afvoerleidingen van de wastafels, de douche en de badkuip en 90 mm voor het toilet. De afvoerhelling moet groot genoeg zijn om het water voldoende snel te laten weglopen, maar ook weer niet te groot, want dan bestaat het gevaar dat vloeibare en vaste stoffen zich van elkaar gaan scheiden. Een helling van 2 cm/m wordt als optimaal beschouwd.

C. Ontluchting van de leidingen

Ontluchting wordt al te vaak over het hoofd gezien, maar is essentieel om te voorkomen dat het water uit de sifons van hogerop gelegen sanitaire toestellen wordt weggezogen. In goed ontluchte leidingen stroomt het water vlot door. Het is belangrijk dat de ontluchtingsuitlaat wordt voorzien op een plek waar geurtjes niemand kunnen hinderen. Sommige hulpstukken laten een luchttoevoer van binnenuit toe zonder de uitstoot van rioolgeuren.

D. Isolatie

Het ligt voor de hand dat niet-geïsoleerde warmwaterleidingen het gevolg zijn van een ontwerpfout: warmte ontsnapt langsheen het hele netwerk en zorgt voor opwarming in vertrekken waar dat in feite niet nodig is (kokers, kelders, garages), terwijl de temperatuur van het water dat uit de kraan komt, daalt. En dus moet het water dat de ketel verlaat een hogere temperatuur hebben om een aangenamere watertemperatuur voor bad of douche te verzekeren. Gezien de huidige hoge brandstofprijzen, is het isoleren van de leidingen dus geen overbodige luxe.

Wanneer de afstand tussen de badkamer en de boiler groot is, is het raadzaam om met een zogenaamde lus te werken: zo circuleert het warme water voortdurend in het toevoercircuit van de badkamer en zodra we de kraan opendraaien, stroomt er warm water uit. Is die lus er niet, dan moet het koude water dat nog in de leidingen zit eerst worden afgevoerd om dan door het warme water te worden opgewarmd. In de praktijk wordt een lus voorzien van zodra de warmwaterleidingen langer zijn dan een tiental meter.

Gérard Kaiser

Lees meer over:

Postcode

Onze partners