Hoe vul je zelf kleine gaatjes op?

23/04/08 om 22:02 - Bijgewerkt om 22:02

Bron: Ik Ga Bouwen

Kleine beschadigingen aan een bepleisterde wand of een gipskartonwand komen dikwijls voor. Met een minimum aan tijd en gereedschap kan je ze echter zelf herstellen.

Kleine beschadigingen aan een bepleisterde wand, een gipskartonwand, een betonnen oprit of tuinpad komen dikwijls voor. Met een minimum aan tijd en gereedschap kan je ze echter zelf herstellen.

Bij het verplaatsen van een meubel volstaat een ogenblik van onoplettendheid om een putje in de pleisterlaag te maken of een gat in een gipskartonplaat. Een zwaar voorwerp dat valt op een betonnen pad of tuintrap kan dit zo beschadigen dat er een gat ontstaat. Gelukkig is dat allemaal makkelijk te herstellen. Hoe begin je eraan?

Kleine beschadigingen aan pleisterlaag of gipskartonplaat

Met het herstellen van putjes of gaatjes wacht je best tot je de muur opnieuw moet verven of behangen. Dan zijn immers alle sporen van herstellingen ook meteen verdwenen. Barstjes of scheurtjes krab je met een driehoekige verfkrabber uit om alle loszittende stukjes pleister weg te halen. Ook bij gaatjes of putjes verwijder je alle loszittende deeltjes. Daarna borstel je grondig om het stofvrij te maken.

Pas dan begin je met het opvullen. Je gaat daarbij als volgt te werk:

Je kan kiezen voor kant-en-klaarvulpasta (te koop in tubes of potten) of je kan het product in poedervorm kopen en het klaarmaken met water. Beide producten zijn makkelijk te gebruiken. De pasta is gebruiksklaar, maar ook duurder en minder lang houdbaar.

Je brengt het vulmiddel aan met een plamuurmes. Kies een model met een lemmetbreedte van 3 tot 4 cm. Dit is geschikt voor de meeste karweitjes in huis. Het makkelijkst werk je met een mes waarvan de breedte iets groter is dan de diameter van het gat.

Breng het product beetje bij beetje aan. Doe dit met de hoek van het mes: zo kan je het product goed in het gat werken.

Breng voldoende vulmiddel aan en werk het oppervlak glad af. Let erop dat je niet te veel vulmiddel weghaalt. Dit risico is het grootst wanneer je het mes loodrecht op de muur houdt. Hoe platter je het mes houdt, hoe minder (overtollig) vulmiddel je weghaalt. Het is een beetje oefenen, maar het lukt snel.

Ondiepe gaatjes (tot ongeveer 1 cm) kan je in één keer opvullen. Voor diepere gaten zal je in twee of meer lagen moeten werken. Je vult het gat dan gedeeltelijk op en laat de eerste laag hard worden. Daarna afwerken zoals hierboven.

Na het uitharden (een paar uur zoals dat aangegeven is op de verpakking van het product) kan je de reparatieplek licht opschuren met fijn schuurpapier (korrel 80 à 120) als het nodig is.

Grotere gaten in pleisterwerk

Is er een groot stuk pleisterlaag uit de muur, dan wordt het iets moeilijker en moet je een beroep doen op al je handigheid. Hier gebruik je pleistergips als reparatiemateriaal. Je kan dat in kleine verpakkingen kopen (bij Brico, Gamma, Hubo, ...). Het gips wordt gemaakt door het poeder te mengen met water: menghoeveelheden en -voorschriften vind je op de verpakking.

Eenmaal het gips klaar ga je als volgt te werk:

Borstel het beschadigde deel stevig af met een harde borstel om loshangende stukjes en stof te verwijderen.

Bevochtig de reparatieplek met een plantenspuit om te vermijden dat het water uit het klaargemaakte pleistermateriaal te snel in de muur trekt en zo een verminderde stevigheid geeft aan de reparatielaag.

Zolang het gat niet groter is dan de breedte van een pleisterspaan lukt het nog wel: je kan de pleisterspaan dan laten steunen op de vlakke muur rond het gat. Is de beschadiging te groot dan roep je best de hulp in van een vakman.

Breng het pleistermateriaal aan met kleine hoeveelheden tegelijk. Druk het stevig tegen de ondergrond en tegen de zijkanten. Laat het nu even drogen tot het materiaal minder 'deegachtig' is.

Met een soepele beweging en met de pleisterspaan onder een lichte hoek met het muurvlak egaliseer je dan de pleisterlaag. Een teveel kan je wegschrapen door met de pleisterspaan praktisch loodrecht op de muur te werken. Is er te weinig materiaal dan kan je een beetje pleister bij aanbrengen.

Is de pleisterlaag vlak, dan laat je die weer even drogen en daarna egaliseer je de reparatielaag met een houten of plastic pleisterspaan en met cirkelvormige bewegingen. Daarna het oppervlak licht bevochtigen met een plantenspuit en met de metalen pleisterspaan de muur glad afwerken.

Gat in een gipskartonplaat

De gipskartonplaat kan tegen de muur gelijmd zijn met kleefgips of de plaat kan op een metalen of houten regelwerk geschroefd zijn. In het eerste geval zit de plaat bijna vlak op de muur, in het tweede geval heb je een holte van enkele centimeter tussen plaat en muur die eventueel opgevuld is met isolatiemateriaal.

Gelijmde plaat

1 Teken een vierkant of rechthoek rond het gat in de plaat

2 Snij met een stevig mes dit vierkant of deze rechthoek uit. Gebruik een houten lat als ondersteuning. En let vooral op dat je je niet verwondt.

3 Werk de snijkant bij en schuin die af (zie tekening).

4 Uit een gipskartonplaat snij je een stuk van de juiste afmetingen en schuin die zo af dat hij precies in het gat past.

5 Met wat kleefgips plak je nu de plaat in het gat tegen de muur. Breng toefjes kleefgips aan op de hoeken en in het midden. Maak die toefjes iets dikker dan de afstand tussen de muur en de achterkant van de gipskartonplaat.

6 Duw de plaat in het gat en met behulp van een houten lat, die je aan weerszijden van het gat tegen de muur van gipskartonplaat laat oversteken, duw je de reparatieplaat gelijk met de gipskartonplaat. Laat uitharden (meestal een nacht).

7 Werk de voegen af met een voegmiddel en schuur lichtjes op na drogen.

Gipskartonplaat op regelwerk

Volg de puntjes 1 tot en met 4 zoals hierboven. Omdat er tussen de muur en de plaat ruimte zit, kan je hier het vierkant eventueel uitzagen met een wipzaag.

5 Snij of zaag twee stukken gipsplaat uit een gipskartonplaat. Hun lengte moet 2x5 cm langer zijn dan de lengte van het gat. Deze stukken steek je door het gat. Houd ze tegen de achterkant van de gipskartonplaat gedrukt en schroef ze vast met speciale gipskartonschroeven.

6 Schroef vervolgens het reparatiestuk op deze twee latten vast

7 Werk de voegen af met een voegmiddel en schuur lichtjes op na drogen.

Gat in een betonnen vloer of betonelement

Probeer nooit een gat zomaar op te vullen met mortel. Een dergelijke reparatie zal niet houden. Wil het wel houden, dan kan je best de onderstaande werkwijze volgen.

Met hamer en beitel haal je alle loszittende stukjes los en vervolgens hak je het gat uit verder uit door vanaf de zijkanten naar beneden toe het gat breder te maken onderaan. Op die manier zal het erin aangebrachte betonmengsel steviger vast komen te zitten.

Maak het gat met een harde borstel stofvrij. Besproei het gat met een plantenspuit.

Je kan in de bouwmarkt kant-en-klaarbetonmengsels kopen. Dat is wel zo handig omdat je er dan nog enkel water aan toe moet voegen. Verhoudingen en werkwijzen staan meestal op de verpakking vermeld, zoniet vraag je daarover uitleg aan de verkoper.

Breng het klaargemaakte betonmengsel met een troffel of truweel in het gat en duw het mengsel stevig aan. Afstrijken met een pleisterspaan. Om te vermijden dat de reparatieplek te glad wordt (uitschuifgevaar) wacht je tot het beton begint op te stijven (enkele tientallen minuten afhankelijk van de weersomstandigheden) en strijk je er daarna voorzichtig met een borstel overheen.

Opmerking: doe dit werk niet bij vriesweer of als het te koud is. Een temperatuur van ongeveer 15°C is beter voor het beton, maar is ook voor jezelf aangenamer.

Tekst: Jef Sels

Ik ga Bouwen & Renoveren 03/2008

Extra Prijsindicaties

Plamuurmes: vanaf +/- 2 euro

Vulpasta: 4 tot 6 euro voor tube van 300 g

Vulmiddel in poeder: +/- 6 euro voor 1 kg

Voegenvulmiddel voor gipskartonplaat: +/- 5 euro voor 0,75 kg

Pleisterspaan inox: +/- 10 euro

Truweel of troffel: +/- 12 euro

Steenbeitel: +/- 5 à 8 euro (volgens formaat en type)

Moker (hamer): +/- 5 euro voor hamer van 1,25 kg

Lees meer over:

Postcode

Onze partners