Extra ruimte op zolder in tien stappen

18/05/11 om 16:56 - Bijgewerkt om 16:56

Bron: Ik Ga Bouwen

De ruimte onder het dak van uw huis is dé perfecte plaats om extra kamers in te richten.

Extra ruimte op zolder in tien stappen

© Hülsta

Wie een huis koopt, stelt de inrichting van de zolder vaak uit naar later, wanneer er een behoefte aan meer ruimte ontstaat of wanneer er opnieuw wat meer geld opzij staat... De ruimte onder het dak is hoe dan ook dé perfecte plaats om extra kamers in te richten. De dakhelling beperkt weliswaar vaak de vrije hoogte en de beschikbare oppervlakte. Evalueer uw plannen in het licht van 10 aandachtspunten.

1. Evaluatie van de beschikbare ruimte

Elk renovatieproject begint met het uittekenen van de gewenste interventies. De eerste schetsen worden vaak op het plan (bovenaanzicht) aangebracht. Toch wordt op een doorsnede pas echt duidelijk dat de zolder maar beter wordt ingecalculeerd indien u wilt bepalen welke zones hoog genoeg zijn om een vlotte doorgang en de uitoefening van courante activiteiten te verzekeren.

Voor het nemen van een douche, bijvoorbeeld, heeft u 2 tot zelfs 2,5 meter nodig als u standaarddeuren wilt plaatsen. Vergeet ook niet rekening te houden met de ruimte die de elementen van het zichtbaar gebleven gebinte onder het plafond innemen, met een eventuele ophoging van de vloer en met de vrije hoogte die u verliest als u het plafond onder het dak isoleert en verder afwerkt.

U heeft evenwel niet overal twee meter nodig. Bedraagt de vrije hoogte onder de dakhelling minder, dan kan u daar meestal kasten kwijt of inbouwkasten maken. Tegen een muur onder de dakhelling waar u slechts over 80 cm tot 1 meter beschikt, kunt u het hoofdeinde van het bed of een bureaumeubel plaatsen.

Zodra de 'bruikbare' zone in situ werd bepaald, kunt u die op een plan duidelijk visualiseren en een onderscheid maken tussen de zone waar u rechtop kan lopen en de lagere zones (tussen 80 cm en 2 m) waar het meubilair een plaats krijgt.

2. Toegang tot de zolder

De meeste zolders zijn toegankelijk via een luik in het plafond waar een al dan niet plooibaar laddertje uitklapt Om de nieuw ingerichte vertrekken te bereiken, zal u dus een nieuwe trap moeten installeren en de opening van het vroegere laddertje moeten vergroten. Dergelijke werken kunnen aanpassingen in de bintlaag óf boringen in de betonnen vloerplaat noodzakelijk maken. Aarzel in dat geval niet om een architect of een ingenieur onder de arm te nemen die kan nagaan of de gekozen oplossing technisch haalbaar is.

Idealiter plaatst u de trap naar de zolder boven die van een lager gelegen verdieping. Zo gaat zo weinig mogelijk ruimte verloren. Op de doorsnede moet u de beschikbare ruimte tussen de bovenkant van de traptreden en de zoldering controleren en nagaan of de vrije hoogte op de bovenste traptrede volstaat. Heeft u onvoldoende ruimte voor de plaatsing van een klassieke trap, opteer dan voor een wenteltrap, een laddertrap of een trap met ongelijke treden. Dergelijke modellen nemen weinig vloeroppervlakte in.

Splitst u de zolder op in verschillende vertrekken, plaats de trap dan zo centraal mogelijk. Zo beperkt u de circulatiezones en houdt u zoveel mogelijk ruimte beschikbaar. Wordt uw zolder daarentegen één open ruimte, kies dan voor een gedecentraliseerde trap, zodat het trapgat de vrije doorgang niet belemmert.

3. Uitbreiding van de benutbare ruimte

Nadat u over de toegang heeft nagedacht, kunt u zich storten op de toekomstige inrichting van de ruimte. Bent u beperkt in vloeroppervlakte of hoogte, overweeg dan ingrepen en structuren die een vlottere circulatie en een passend gebruik van de nieuwe vertrekken toelaten: slopen van bestaande muren, wijziging van elementen van het gebinte, verplaatsing van schoorsteenbuizen of ventilatieroosters,...

Met de hulp van een vakman kunt u de vorm of de hoogte van het dak aanpassen. Momenteel erg trendy is de luchtige kubus die "in" het dak wordt ingewerkt. Die bezorgt u voldoende bewoonbare oppervlakte en vrije hoogte (lees in dat verband ook onze reportage 'Extra ruimte in de hoogte' in dit nummer). Indien u het volume of de vorm van het dak wilt wijzigen, bent u verplicht om via een architect een stedenbouwkundige vergunning aan te vragen.

4. Een stevige basis

In de meeste huizen die vóór 1970 werden gebouwd, is de houten vloer op zolder niet voorzien op intensieve circulatie, maar enkel bedoeld om het gewicht van het plafond van de lager gelegen verdieping te dragen. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk:

1. Haal het plafond van het lager gelegen niveau weg en plaats een bintlaag die in staat is de nieuwe vloer te dragen. Die radicale oplossing maakt de lager gelegen verdiepingen echter onbewoonbaar tijdens de werken.

2. Plaats in de onderliggende vertrekken een (of meerdere) draagbalk(en) in hout of staal, loodrecht op de zolderingstructuur, om de belasting van de bestaande binten te beperken. Zorg ervoor dat de draagbalken rusten op draagmuren en niet op dunne tussenwanden.

3. Plaats naast de bestaande bintlaag een tweede bintlaag die hoger komt. Die oplossing biedt een dubbel voordeel. U hoeft het plafond van de lager gelegen verdieping niet te demonteren en de bijkomende balken kunnen perfect op de juiste hoogte worden gelegd.

Goed om weten: terwijl u aan de bintlaag werkt, kan u van de gelegenheid gebruik maken om het hout dat bewaard blijft, te behandelen tegen houtetende insecten en schimmels. Vergeet niet dat elke interventie die een impact heeft op de stabiliteit van de constructie, de tussenkomst van een architect of ingenieur vereist. Zij kunnen u adviseren omtrent de gewenste dikte van de balken en de meest aangewezen oplossingen. Bovendien kunnen zij toezien op een correcte uitvoering van de werken.

Na het verstevigen van de structuur kan u een basisvloer leggen (uit, bijvoorbeeld, OSB-platen) die u daarna afwerkt met een vloerbedekking die past bij de nieuwe bestemming van de zoldervertrekken.

5. Voldoende natuurlijke lichtinval

Naar alle waarschijnlijkheid zijn op de zolder slechts een klein dakraampje of enkele lage ramen aanwezig. Afhankelijk van hoe u de vertrekken wenst in te richten, kan u bijkomende ramen in de muren of het dak voorzien. In principe moet u voor interventies in de gevel met het oog op het (dicht)maken van ramen een stedenbouwkundige vergunning aanvragen, wat niet geldt voor dakvensters.

We raden u hoe dan ook aan inlichtingen in te winnen bij uw gemeentebestuur om te achterhalen welke stappen u moet ondernemen en over welke vergunningen u moet beschikken. Naast de gemeentelijke verordeningen omtrent de positie en de afmetingen van raam- en deuropeningen, moet u ook rekening houden met de verhouding tussen de vloeroppervlakte en de glasoppervlakte. Die percentages zijn vastgelegd in een regionale regelgeving inzake volkshygiëne.

Verlies niet uit het oog dat dakvensters op het zuiden in de zomer makkelijk tot oververhitting kunnen leiden. De installatie van een buitenzonwering wordt in dergelijke gevallen warm aanbevolen.

6. Energieprestaties

Zolders van vóór 1970 zijn doorgaans niet geïsoleerd. Is die van u dat wel, dan hangen de isolatiewaarden af van de bouwdatum of de datum van eerder uitgevoerde renovatiewerken.

Bestaande muren kunt u makkelijk isoleren door er blokken in cellenbeton tegenaan te bouwen óf een voorzetwand met geïntegreerde isolatie te plaatsen. Dergelijke eenvoudige en goedkope oplossingen bieden aanzienlijk meer comfort.

Voor de isolatie van een bestaand dak heeft u verschillende mogelijkheden. Indien de dakelementen (dakribben of prefab gebinte) een minimale dikte van 16 cm (de huidige isolatienorm) hebben, kunt u daartussen soepele isolatie aanbrengen.

In het andere geval: - kunt u de kepers langs binnen of langs buiten (enkel mogelijk indien u ook de dakbedekking vervangt) verstevigen en zo de dikte ervan verhogen.

- kunt u de ruimte tussen de dakribben opvullen met isolatie en harde isolatiepanelen gebruiken als binnenafwerking.

Voor de meeste van die oplossingen kunt u een isolatie- of renovatiepremie krijgen. Ga vooraf na welke minimale dikte en welke thermische waarden u moet halen om daarvoor in aanmerking te komen!

7. Integratie van technische voorzieningen

In een woning zijn er drie soorten technische installaties: de elektriciteit, de verwarming en het sanitair. Die moeten alle drie worden uitgebreid en/of aangepast, en dus bestaat het risico dat u op de lager gelegen verdiepingen sleuven voor de toe- en afvoerleidingen moet voorzien. Onderschat de omvang en de kostprijs van dergelijke werken niet!

A. Elektrische installatie

Om uw elektriciteitsinstallatie uit te breiden, moet u:

- een toevoerleiding voorzien vanuit de hoofdgroep of een hulpgroep;

- een nieuwe verdeelkast plaatsen van waaruit de nieuwe circuits vertrekken;

- voeding voorzien van de nieuwe stopcontacten, schakelaars, lichtpunten, telefoontoestellen,...;

- de volledige installatie door een erkende instantie laten controleren. Indien de bestaande installatie verouderd is, moet u ongetwijfeld een aantal aanpassingen doorvoeren om aan de huidige opleveringsnormen te voldoen.

Houd bij de uitwerking van een verlichtingsplan rekening met de hoogte onder plafond. Is die beperkt, geef dan de voorkeur aan ingewerkte verlichting die niet te veel warmte uitstraalt, zoals halogeenspots.

B. Verwarmingsinstallatie

Als de diameter van de toevoerleidingen naar de dichtst bijzijnde radiatoren volstaat, kunt u er nieuwe radiatoren op aansluiten. In het andere geval moet u nieuwe buizen leidingen voorzien van aan de ketel tot aan de nieuwe hoofdleiding of nieuwe radiatoren. Voorzie op elk circuit noodkranen die een interventie mogelijk maken zonder dat de hele installatie moet worden afgesloten.

C. Sanitaire installatie

Installeert u een bijkomend toilet of een extra badkamer, dan moet u ook voorzien in de watertoevoer naar de verschillende toestellen. Het aansluitingsprincipe is hetzelfde als wat hierboven voor de verwarming werd beschreven.

Alle sanitaire voorzieningen moeten tevens op de riolering worden aangesloten. Tracht, indien mogelijk, het toilet en de badkamer boven de bestaande installaties te plaatsen, zodat u de reeds aanwezige afvoerleidingen kunt benutten. Dat is een stuk goedkoper en zorgt voor minder geluidsoverlast. Voorzie een sifon met ingebouwde beluchters op het hoogste punt indien u nieuwe toestellen op bestaande leidingen aansluit. Anders riskeert u geurhinder in de aanpalende vertrekken.

8. Toevoer van verse lucht

Steeds meer woningen beschikken over mechanische ventilatie van het type C of D. Bevindt de hoofdgroep zich op zolder, dan moet u die misschien verplaatsen of zelfs vervangen, afhankelijk van de nieuwe inrichting. In het geval van ventilatie van het type C moet u roosters plaatsen op de (dak)ramen van de leefruimten. In het geval van mechanische ventilatie (extractie systeem C of systeem D) heeft u twee mogelijkheden:

- gebruik maken van de bestaande groep indien het vermogen volstaat;

- een nieuw en autonoom systeem installeren voor de nieuwe vertrekken.

Laat u hoe dan ook adviseren door geschoolde vakmensen en doe niets op eigen houtje!

9. Afwerking van muren en plafonds

Zijn de technische installaties geplaatst, dan wordt het tijd om de laatste hand te leggen aan de muren en plafonds.

Werkt u met voorzetwanden, dan kunt u die bepleisteren zoals nieuwe muren. In sommige gevallen moet u op oude muren een hechtlaag aanbrengen om het afbladderen van de pleisterlaag te voorkomen.

Het dak wordt vaak afgewerkt met gipsplaten. Dat is een snelle, goedkope en makkelijk uit te voeren oplossing. Mettertijd kunnen er echter op de naden tussen de platen minuscule scheurtjes ontstaan als gevolg van de onvermijdelijke bewegingen van het dak. Om dat probleem te ondervangen, kunt u werken met een pleisterlaag op een met karton bekleedde structuur. Dat is iets duurder, maar de kans op scheurtjes is aanzienlijk kleiner.

10. Kleuren kiezen

Vóór u gaat schilderen of behangen, moet u de pleisterlaag of het stucwerk gladschuren. Stukadoors calculeren dergelijke prestaties zelden in hun basisprijs in. Zorg er echter voor dat het schuren gebeurt vóór u de ruimte(s) gaat inrichten: het stof dat daarbij vrijkomt, is moeilijk te verzoenen met een gemeubeld en bewoond vertrek!

Volgens vakmensen wacht u beter een jaar alvorens u begint te schilderen. Vier seizoenen volstaan doorgaans om de constructie tot rust te laten komen en volledig te laten uitdrogen. Daarna kunt u eventuele kleine scheurtjes nog herstellen vóór u met het schilderen start.

Afhankelijk van de tint versterken of verzwakken de door u gekozen kleuren het ruimtegevoel. Probeer daarom eerst een aantal kleuren uit vóór u een definitieve keuze maakt. Bekijk elk vertrek apart. Onthoud dat lichte kleuren het (natuurlijke) licht beter weerkaatsen en de ruimte groter doen lijken. Schildert u een muur of een zoldering in een donkere kleur, dan gaat de ruimte er kleiner en somberder uitzien.

Cédric Bourgois

GOED OM WETEN 1. Denk aan een onderdak!

Vóór u uw dak isoleert, moet u een onderdak plaatsen tussen de dakbedekking en de toekomstige isolatie. Het onderdak voorkomt waterinfiltraties en condensatie onder de dakbedekking, die de isolatie kunnen aantasten. Ideaal is een langs buiten geplaatst onderdak. Daarvoor moet de dakbedekking dus wel volledig worden gedemonteerd. Is uw dak nog in goede staat of is uw budget beperkt, dan kunt u sinds kort ook langs binnen een onderdak plaatsen. Vertrouw die werken hoe dan ook toe aan vakmensen om problemen met insijpelend water te voorkomen.

2. Denk aan een dampscherm of een damprem!

Na de isolatie van het dak is de plaatsing van een dampscherm of damprem noodzakelijk om te voorkomen dat zich in de isolatie condens vormt. Volg tijdens de plaatsing nauwgezet de richtlijnen van de fabrikant, zeker in verband met de muuraansluitingen. De kwaliteit van de plaatsing is immers ook doorslaggevend voor de luchtdichtheid. In de huidige context van het streven naar betere energieprestaties, is die luchtdichtheid net zo belangrijk als de isolatie zelf.

Lees meer over:

Postcode

Onze partners