Een woning voor elke leeftijd: zo ontwerp je een huis dat leefbaar blijft tot je 80e

17/11/16 om 13:35 - Bijgewerkt om 13:35

Bron: Ik Ga Bouwen

Op je 80e in een huis wonen dat werd ontworpen toen je 30 was: het lijkt waanzin. En toch is het voor steeds meer mensen een realiteit. Als je er van bij het begin aan denkt, kan je later enkele gemakkelijke aanpassingen doen die je huis leefbaar houden, ook op latere leeftijd. We geven graag wat tips.

Een woning voor elke leeftijd: zo ontwerp je een huis dat leefbaar blijft tot je 80e

© ARplus

1. Makkelijk toegankelijk van buitenaf

  • Bedek de toegangspaden tot de woning niet met kiezelsteentjes. Kies veeleer voor een stabiele en vlakke (maar niet gladde) ondergrond, bij voorkeur zonder al te brede of diep voegen.
  • Zit je met hoogteverschillen? De maximale hellingsgraad van het toegangspad mag niet meer dan 4% bedragen.
  • Maak de drempel aan de voordeur nooit hoger dan 2 cm. Is het niveauverschil groter, dan kun je een verplaatsbare, lichte oprijplaat (bijvoorbeeld in aluminium) voorzien. Zo kom je niet alleen makkelijk binnen met een rolstoel of een looprekje, maar ook met een kinderwagen.
  • Als de architectuur het toelaat, kun je aan de voordeur een portiek voorzien die beschutting biedt aan wie wat meer tijd nodig heeft om binnen te raken.
  • Voorzie in de onmiddellijke omgeving van de voordeur efficiënte verlichting met een aanwezigheidssensor. Zo krijg je de sleutel vast makkelijker en sneller in het slot.
  • Videofonie is intussen heel betaalbaar. Ze maakt nutteloze verplaatsingen overbodig en verhoogt de veiligheid.

2. Moeiteloze circulatie binnenshuis

  • Vermijd niveauverschillen tussen de ruimtes op het gelijkvloers en stouw gangen niet vol met meubels (voorzie liever wandrekken of ingebouwde kasten).
  • Maak deuren (85 cm) en gangen (120 cm) breed genoeg zodat je zonder problemen door kunt met een looprekje, op krukken of in een rolstoel. Voorzie ook een vrije ruimte van 1,50 x 1,50 m om makkelijk te draaien, ongeacht de hulpmiddelen waarmee je je verplaatst.
  • Haal alles weg wat verplaatsingen kan bemoeilijken. Wil je toch tapijt op de vloer? Breng dan antislipstroken aan op de achterzijde om te voorkomen dat het gaat glijden.
  • Hoe minder een trap helt, hoe makkelijker je die kunt gebruiken. Volgens de regel geldt: 2 H (hoogte trede) + 1 D (diepte trede) = 63 cm, met een ideale verhouding van treden van 19 cm hoog en 25 cm diep. Probeer dat zo dicht mogelijk te benaderen. Vermijd spil- en wenteltrappen.
  • Zorg voor voldoende verlichting in alle circulatiezones en hou er rekening mee dat je meer licht nodig hebt naarmate je ouder wordt. Met ledpunten op 40 cm van de vloer kun je de circulatierichting aangeven. Ze verbruiken bovendien weinig, zodat je ze de hele nacht kunt laten branden en in het donker niet naar een schakelaar hoeft te zoeken. Je kunt de bovenste en onderste trede van de trap ook markeren met ledlampjes of een fluorescerende strook. Daarmee verhoog je ook de veiligheid.
  • Overal waar dat nuttig is, kun je stevig in de muur verankerde borstweringen, leuningen en steunpunten voorzien: langs de trap, in de gang, in de douche, aan het toilet...

3. Bereikbare bedieningsknoppen

  • Plaats schakelaars maximaal 90 cm hoog, zo kunnen ook kinderen ze bedienen. Die hoogte is trouwens ook comfortabel voor senioren.
  • Plaats stopcontacten (voorzien van afdekplaatjes) niet te laag, zo'n 40 cm boven de vloer. Zo blijven ze ook voor senioren makkelijk bereikbaar.
  • Deuren en ramen moet je zonder grote inspanningen kunnen openen. Dat geldt zowel voor de kruk als voor als voor de vleugel zelf.
  • Schuifdeuren zijn handig. Ze worden wel steeds groter, en dus zwaarder om te bedienen. Verschillende fabrikanten bieden tegenwoordig de mogelijkheid om de schuifdeuren van een motortje te voorzien. Die optie is duur, maar wel aangenaam in gebruik. Kies voor schuifdeuren waarvan de rail onderaan in de vloer kan verzinken, anders creëer je een extra obstakel.
  • Deur- en raamkrukken moet je, net als kranen, met een gesloten vuist (grijpproblemen, artrose...) kunnen bedienen. Geef de voorkeur aan modellen met een hendel en kies niet voor deurknoppen.
  • Een domoticasysteem is per definitie evolutief: drukknoppen zijn eenvoudig te programmeren om er andere functies mee te kunnen bedienen zonder aan de bekabeling te raken. Sommige functies kun je bovendien automatiseren (aanwezigheidssensor, het elektrisch bedienen van gordijnen, stores, rolluiken, luifels...). Domotica maakt het ook mogelijk extra drukknoppen toe te voegen die op radiogolven reageren. Die zijn volledig draadloos en kunnen eenvoudig worden geplaatst, waar je ze ook nodig heeft. Naast het bed, bijvoorbeeld.
  • Haal, indien je dat nog niet deed, een draadloze telefoon of gsm in huis.

4. Evolutieve bouwtechnieken

  • Een open ruimte telt minder hindernissen dan apart ingerichte vertrekken. Bovendien vergemakkelijkt een open ruimte het contact (zowel visueel als auditief) en het onderling toezicht.
  • Probeer in de mate van het mogelijke de tussenmuren op te trekken in lichte materialen (gipsplaten op een lichte structuur), zo kun je ze bij een herinrichting van de ruimtes makkelijk weghalen en/of verplaatsen.
  • Lage vensterbanken - op een maximale hoogte van 60 cm ten opzichte van het vloerniveau - laten je naar buiten te kijken terwijl je zit en verhogen het veiligheidsgevoel (je ziet immers wat er buiten gebeurt). Gaat het raam open, dan moet je wel een borstwering voorzien, op zowat 1 m boven de vloer.
  • Inbouwkasten zijn de beste oplossing als je vrije ruimte wilt creëren en die optimaal wilt benutten.
  • In een ergonomisch ontworpen keuken is het makkelijker werken, ongeacht je leeftijd of mobiliteit. De beroemde driehoek "koelkast-kookplaat-spoelbak" is in een woning voor minder mobiele bewoners van nog groter belang. Zorg er bovendien voor dat de eethoek dichtbij ligt. Geef de voorkeur aan lades (waarin de volledige opbergruimte makkelijker toegankelijk is) in plaats van traditionele kasten. Zorg ervoor dat je de lades makkelijk kunt openen en orden ze in functie van de frequentie waarmee je bepaalde voorwerpen gebruikt. Waar nodig, kan een veilig en stabiel keukentrapje (met leuning) handig zijn. Een roltafeltje zorgt ervoor dat je niet meer moet zuilen met te zware of te hete voorwerpen.
  • Met een toiletverhoger kun je makkelijker gaan zitten en weer rechtstaan. Dat hulpmiddel kun je moeiteloos zelf installeren. Muurbeugels kunnen hier ook altijd handig zijn.l Een inloopdouche is op elke leeftijd praktisch. Sommige mensen zitten comfortabeler en veiliger op een krukje of, beter nog, op een in de muur verankerd klapstoeltje. Een bad is minder toegankelijk, al bestaan er ook modellen met een deurtje aan de zijkant. Zorg hoe dan ook voor antislipmatjes op de vloer, zowel in de douche als in bad. Ze maken het voor iedereen veiliger.

Patrick Bartholomé

Lees meer tips deze maand in Ik Ga Bouwen nr. 395.

Postcode

Onze partners