De technische installaties van een gebouw

23/04/08 om 17:52 - Bijgewerkt om 17:52

Bron: Ik Ga Bouwen

Meestal wordt pas met de afwerking gestart nadat de ruwbouw werd dichtgemaakt. Toch is het van primordiaal belang die ultieme fase al in te calculeren bij het uittekenen van de plannen.

Meestal wordt pas met de afwerking gestart nadat de ruwbouw werd dichtgemaakt. Toch is het van primordiaal belang die ultieme fase al in te calculeren bij het uittekenen van de plannen.

De technische installaties

Het verwarmingssysteem

De meeste bouwheren van nieuwbouwprojecten opteren tegenwoordig voor centrale verwarming die een optimale thermoregulatie toelaat en in het hele huis een comfortabele temperatuur garandeert. In de meeste gevallen gaat het om verwarmingssystemen op basis van de circulatie van warm water.

de ketel

Meestal fungeert een centraleverwarmingsketel, op gas of stookolie naargelang van de beschikbare brandstof, als warmtebron. De modellen in deze sector worden voortdurend geperfectioneerd. Over het algemeen kiest u best voor een ketel met een hoog prestatieniveau. Die is duurder in aankoop, maar sneller terugbetaald omwille van de lagere energiefactuur. Wat stookolie betreft, vertrouwt u best op het Optimaz- kwaliteitslabel, voor gas op het HR+-label. U moet ook uitmaken of u een vloer- of wandketel wenst. Een wandketel is lichter in gewicht (50-70 kg) en neemt geen vloeroppervlakte in beslag. Voor grote woningen echter bestaat het risico dat het vermogen van een dergelijke ketel ontoereikend is.

Met gecombineerde toestellen kan u de verwarming trouwens koppelen aan de productie van warm water (lees verder).

Voor wie mikt op een hoger rendement, bestaan er sinds enkele jaren lagetemperatuurketels en condensatieketels, voor gas en stookolie. Een lagetemperatuurketel werkt op minder warm water dan een klassieke ketel, waardoor er minder energie verloren gaat en het brandstofverbruik dus lager ligt. Dit type ketel is ideaal indien u over vloerverwarming beschikt. In het geval van een klassiek verwarmingssysteem moet u ervoor zorgen dat de radiatoren die u plaatst krachtig genoeg zijn.

Een ketel die een groot deel van de waterdamp in de verbrandingsgassen permanent laat condenseren, is een zogenaamde "condensatieketel". Hij haalt een deel van de calorieën uit wat nog in de verbrandingsgassen beschikbaar is. In vergelijking met een hogerendementsketel haalt een condensatieketel een rendement dat 6 tot 9 % hoger ligt voor de modellen op aardgas en 3 tot 5 % hoger voor de modellen op stookolie.

andere technieken

De nieuwste trend op het vlak van centrale verwarming zijn pelletketels die warmte produceren op basis van gecomprimeerde houtkorrels. Dergelijke ketels kunnen worden uitgerust met een automatisch bevoorradingssysteem vanuit een opslagsilo. Het afval dat ze produceren, blijft tot een minimum beperkt, omdat de pellets bij hoge temperaturen worden verbrand.

Hoewel een ketel de meest klassieke warmtebron is, bestaan er ook andere technieken. Denken we bijvoorbeeld aan de warmtepomp die calorieën uit de omgeving put, meestal uit de bodem, maar ook uit een ondergronds waterbekken of gewoon uit de lucht. Daarna wordt die warmte door compressie op de gewenste temperatuur gebracht en in het huis verspreid óf gebruikt om het sanitair water te verwarmen. Een warmtepomp wordt als efficiënt beschouwd, ook door milieubeschermers: voor 1 verbruikte kWh elektriciteit, levert ze minstens 3 kWh warmte op.

Ook thermische zonnepanelen (om water te verwarmen) en fotovoltaïsche panelen (om kamers te verwarmen) kunnen warmte produceren. In onze contreien fungeren dergelijke panelen meestal als aanvulling op een ander verwarmingssysteem en dus niet als enige warmtebron. Kiest u voor dergelijke panelen, houd dan wel rekening met hun esthetische impact op uw woning.

het distributienet

Binnen een klassiek netwerk wordt de warmte verspreid via geïsoleerde buizen waar een geleidende vloeistof (veelal water) doorheen loopt. De buizen worden horizontaal met elkaar verbonden in de dekvloer (ze worden dus gelegd vóór de dekvloer wordt gegoten) óf lopen eventueel over het hangende, valse plafond (dat dus lager is). Verticaal blijven de buizen zichtbaar in technische ruimten (garage, washok). Soms worden ze verhuld in technische kokers waarin verschillende aansluitingen samenkomen. Hier en daar kunnen buizen, indien nodig, in de muren worden gelegd.

de radiatoren

In het meest traditionele geval zorgen radiatoren ervoor dat er in de verschillende vertrekken van uw huis een aangename temperatuur heerst. Er bestaan talloze modellen die niet alleen rekening houden met uw behoeften, maar ook met de gewenste esthetiek: met gegolfde of vlakke voorzijde, in verschillende kleuren, met een buisvormige structuur om handdoeken aan op te hangen in de badkamer ... Over het algemeen wordt de warmte die door de centrale verwarming wordt geproduceerd opgeslagen in de radiatoren, dankzij het gebruik van verschillende materialen (gietijzer, aluminium, staal ...) en daarna weer afgegeven door de behuizing van de radiator.

In sommige moderne woningen worden logge radiatoren vervangen door ingebouwde convectoren op hete lucht. Er bestaan tevens niet-gecentraliseerde verwarmingssystemen met bijvoorbeeld, elektrische convectoren. Die verwarmen inkomende lucht in hun metalen mantel door middel van weerstanden en verspreiden die via een luchtuitlaat aan de voorzijde. Op die manier warmen ze ieder vertrek apart onmiddellijk op, onafhankelijk van de ketel. Keerzijde van de medaille: dit systeem laat geen globale thermische regulatie toe en creëert grote temperatuurverschillen tussen vloer en plafond, aangezien warme lucht stijgt.

Andere onafhankelijke warmtebronnen zijn kachels, openhaarden en dergelijke. Zij garanderen een aangename bijverwarming in de leefruimte en kunnen in het tussenseizoen de centrale verwarming overbodig maken.

thermische regulatie

De afstelling van een verwarmingsinstallatie is een belangrijk gegeven dat u toelaat heel wat energie te besparen. Die afstelling zorgt ervoor dat u op het juiste moment en op de juiste plek in de verschillende vertrekken van een comfortabele temperatuur kan genieten. Er bestaan verschillende mogelijkheden. Zo is er de externe sonde, aangewezen voor lagetemperatuurketels en huizen met vier gevels. De omgevingsthermostaat schakelt de circulatiepomp uit wanneer de ingestelde temperatuur in een referentieruimte (vaak de zitkamer) werd bereikt. Thermostatische kleppen zorgen voor een aangepaste temperatuurregeling in ieder vertrek. Kies voor een aquastat die de verwarmingsketel stillegt wanneer het water binnenin de gewenste temperatuur bereikt (bijvoorbeeld naargelang van de seizoenen).

Sanitaire installaties

Uiteraard moet u in de eerste plaats uitmaken wat voor toestellen u wil in de badkamer, de keuken, het toilet, de hal, het washok ... Daarna moet u de correcte plaatsing bepalen. Vraag daarvoor hulp aan uw architect, maar ook aan de installateur, die rekening kan houden met de normen voor de aan- en afvoer van water (voldoende helling, ...). Een basisregel: groepeer de waterpunten en plaats ze zoveel mogelijk boven elkaar. Zo komt een badkamer boven een keuken te liggen en ligt het toilet op de verdieping boven dat in de hal. Hierdoor wordt de loodgieterij een stuk makkelijker en kan u de installatiekosten drukken.

warm water

Er zijn verschillende toestellen op de markt die sanitair warm water produceren naargelang van de behoeften. Enerzijds zijn er de instanttoestellen die het voordeel bieden dat ze een onbeperkte hoeveelheid warm water leveren, maar tegelijk duurt het even voor het water warm is, vooral indien u werkt met gedeeltelijk open kranen. Dergelijke toestellen werken op gas of elektriciteit. Die op gas zijn goedkoper, maar hebben een verluchtingsschouw en een terugslagbeveiliging tegen neerslag nodig. Warm water kan ook geproduceerd worden met behulp van een boiler (of accumulator). Die biedt het voordeel dat u meteen over warm water kan beschikken, hoewel de boiler er langer over doet om opnieuw op te warmen nadat de volledige capaciteit werd benut. Hij is ook minder zuinig dan een instanttoestel, aangezien steeds dezelfde hoeveelheid water wordt verwarmd ook al wordt die niet altijd volledig opgebruikt. Het is dan ook erg belangrijk om vóór de installatie van een boiler uw behoeften duidelijk te evalueren (ongeveer 100 liter voor een woning met douche, 130 tot 160 liter voor een pand met bad).

Tot slot kan u gebruikmaken van een geïntegreerd systeem dat centrale verwarming combineert met warmwaterproductie. Of wat dacht u van een boiler op zonne-energie? Die helpt u meer dan 40 % energie te besparen op de totale productie van sanitair warm water.

verspreiding en afvoer van water

De uiteindelijke kwaliteit van het distributienet hangt niet zozeer af van de kwaliteit van de sanitaire toestellen, maar des te meer van de correcte plaatsing van de buizen.

Buizen in de waterleiding worden gemaakt uit polyethyleen, verzinkt staal of (in specifieke gevallen) koper en moeten worden geïsoleerd. Ze zijn verkrijgbaar met verschillende diameters: 16 mm voor klassieke toestellen, 20 mm voor grote badkamers en 32 mm tussen de teller en de eerste collector. Ieder toestel moet trouwens voorzien zijn van een isolatieklep die toelaat het toestel te onderhouden zonder de hele installatie te moeten demonteren. Wanneer u bepaalde toestellen (toilet, wasmachine) laat draaien op regenwater, moet u een volledig apart circuit voorzien om te voorkomen dat het regen- en het distributiewater met elkaar vermengd raken. (Lees in dat verband het artikel "Regenwater recycleren" in Ik ga bouwen nr. 307, februari 2008).

In nieuwbouwprojecten worden meestal interne afvoerbuizen uit kunststof gelegd omdat die gemakkelijk aan te sluiten en volledig waterdicht zijn. Kies voor dikke, hittebestendige wandbuizen, ook al zijn die niet in de eerste plaats bedoeld voor de afvoer van warm water. De diameter van alle buizen wordt bepaald door de architect naargelang van de toestellen: 50, 75 of 90 mm voor het sanitair; 90 of 110 mm voor het toilet. Het afvalwater (gootsteen, wastafels) en fecaal water (toilet) worden tijdens de afvoer van elkaar gescheiden. Tussen het sanitair toestel en de buis wordt steeds een sifon geplaatst.

De distributie- en afvoerleidingen kunnen zichtbaar blijven (in technische ruimten, zoals het washok) óf worden ingewerkt in de dekvloer of in verticale technische kokers. Voor de plaatsing van de buizen geldt hoe dan ook een aantal regels: een helling van minimaal 2 cm/m voor een horizontale afvoerbuis in de dekvloer, hoeken van 90° zijn te vermijden. Om geluidsoverlast tegen te gaan, is het niet aangewezen de afvoerbuis van het water in de buurt van de zitkamer te leggen. Vergeet ook niet alle buizen degelijk te isoleren. Als u met al die regels rekening wil houden, heeft dat uiteraard gevolgen voor de plaatsing van uw toestellen. Een voorbeeld: de afvoerbuis van een toilet moet een diameter van 90 tot 110 mm hebben en een klassieke dekvloer is 10 cm dik. Het is dan ook niet mogelijk om die buis in de dekvloer te leggen als u de vereiste helling wil respecteren. In een badkamer staat het toilet daarom tegen de koker waarin de verticale afvoerbuis ligt. Een wastafel daarentegen heeft een afvoerbuis met een beperktere diameter nodig en kan dan ook tegen de tegenoverliggende muur worden geïnstalleerd.

Het verluchtingssysteem

Een huis moet niet alleen degelijk geïsoleerd, maar ook goed verlucht worden om de aanvoer van frisse lucht te verzekeren. Dat is zeker waar voor onze steeds beter geïsoleerde moderne woningen die hoe langer hoe meer op een isoleerkan gaan lijken. Dat zorgt voor thermisch comfort, maar ook voor onaangename geurtjes, condensatie, schimmelvorming of, erger nog, de opstapeling van koolstofmonoxyde. De regelgeving inzake de energieprestaties van gebouwen (EPB) verplicht de installatie van een verluchtingssysteem in alle nieuwbouw- en ingrijpende renovatieprojecten (die verplichting geldt momenteel in Vlaanderen en Wallonië en wordt op 1 juli 2008 in Brussel van kracht).

Specialisten maken een onderscheid tussen natuurlijke en mechanische verluchting. De eerste krijgt u door ramen te openen, het lijstwerk van uw woning te voorzien van ventilatieroosters, een rooster op de gevel te plaatsen ... Mechanische verluchting daarentegen regelt de aan- en afvoer van lucht met behulp van gecontroleerde gemotoriseerde systemen, die trouwens recht geven op regionale premies. Dit basisschema valt momenteel uiteen in vier systemen. Systeem A is uitsluitend gebaseerd op natuurlijke verluchting. Systeem B combineert een mechanische luchttoevoer met een natuurlijke luchtafvoer via roosters. Het wordt echter weinig gebruikt omdat het belangrijkste niet de aanvoer van lucht is, maar de afvoer van vervuilde lucht. Systeem C is dan ook interessanter: vervuilde lucht wordt mechanisch afgevoerd en natuurlijke frisse lucht wordt via ventilatieroosters aangevoerd. Systeem D is het meest efficiënte, maar ook het duurste, aangezien de lucht mechanisch wordt aan- en afgevoerd met recuperatie van de warmte via een warmtewisselaar in het ventilatieblok.

De installatie van die verschillende verluchtingssystemen gebeurt tijdens de afwerkingsfase, maar moet al bij de realisatie van de ruwbouw worden ingecalculeerd, met name met het oog op de plaatsing van de gevelroosters, het leggen van de afvoerbuizen ... Qua ventilatie moet u ook voldoende aandacht besteden aan de afzuigkap in de keuken. Let op: niet in elk toilet kan de toevoer van buitenlucht worden verzekerd.

Tekst: Fanny Bouvry

Ik ga Bouwen & Renoveren 03/2008

Extra ENERGIEPREMIES

Een stookketel gaat ongeveer 20 jaar mee. In het geval van een renovatie is het interessant om snel in een nieuw model te investeren om daarna op uw energiefactuur te kunnen besparen. Volgens Informazout is de vervanging van een oude ketel door een nieuwe lagetemperatuurketel in een woning ouder dan 5 jaar in Wallonië na iets meer dan 6 jaar rendabel en vertegenwoordigt die na 10 jaar een besparing van zowat 2000 euro! En dat voor een globale investering van aanvankelijk om en bij de 3500 euro. Een condensatieketel bereikt zelfs al na 4,5 jaar een return on investment! Die rendabiliteit wordt nog verhoogd door het feit dat de installatie van een ketel - of van fotovoltaïsche panelen, van een warmtepomp en dergelijke - tegenwoordig recht geeft op belastingvermindering en verschillende premies in de drie gewesten van ons land. Goed om weten!

- In Vlaanderen:

www.premiezoeker.be

- In Brussel:

www.ibgebim.be

- In Wallonie:

http://energie.wallonie.be

- Belastingvermindering:

www.energie.mineco.fgov.be

VLOER- OF MUURVERWARMING?

Een alternatief voor de klassieke verwarming met radiatoren is vloerverwarming. Die verspreidt de warmte via een netwerk van buizen in de dekvloer waarin warm water circuleert. Het systeem heeft geen radiatoren nodig, waardoor 3 tot 5 % extra bewoonbare oppervlakte vrijkomt. Bovendien houdt dit systeem de vochtigheid in het verwarmde vertrek op peil. Het systeem is ideaal voor het verwarmen van grote ruimten, aangezien de warmte over de hele oppervlakte wordt verspreid op manshoogte en dat zelfs wanneer de hoogte onder plafond 4 meter bedraagt.

Muurverwarming, waarbij de buizen in de muren worden ingewerkt, vormt eveneens een alternatief. Beide systemen (vloer- en muurverwarming) kunnen ook gecombineerd worden, wat interessant is in lokalen met een beperkte vloeroppervlakte waar toch heel wat warmte moet worden gegenereerd (bijvoorbeeld de badkamer).

Een ander voordeel van vloer- en muurverwarming is het feit dat de systemen werken op basis van water op lage temperatuur, waardoor u meer vrijheid krijgt in het bepalen van de warmteproductie.

Toch zijn er ook nadelen aan verbonden: het gaat om vrij dure systemen, vooral wat betreft plaatsing en afstelling en u moet rekening houden met inertie: het duurt vrij lang vóór het systeem op volle kracht draait en de warmte blijft, lang nadat u de knop naar beneden draaide, nog hangen.

Postcode

Onze partners