Cradle-to-cradle: het idee leeft verder in de bouwsector

09/03/17 om 15:38 - Bijgewerkt om 15:38

Bron: Ik Ga Bouwen

In 2002 herdefinieerden Michael Braungart en William McDonough de duurzame gedachte met het boek Cradle to cradle: remaking the way we make things. Vijftien jaar later is de cradle-to-cradle-filosofie uitgegroeid tot een algemeen erkende maatstaf voor de ecologische kwaliteit van producten, materialen en realisaties. Maar in hoeverre heeft deze veelbelovende theorie de bouwpraktijk effectief veranderd? En in welk opzicht is ze vandaag nog relevant?

Cradle-to-cradle: het idee leeft verder in de bouwsector

© Dapesco

"De volgende industriële revolutie", zo werd cradle-to-cradle (C2C) in het lang en het breed aangekondigd toen het concept rond 2007 definitief doorbrak in onze contreien. Het boek Cradle to cradle: remaking the way we make things zou uitgroeien tot de bijbel van een radicaal nieuwe en verfrissende productie- en consumptiefilosofie. Michael Braungart (chemicus) en William McDonough (architect) vatten hun doorgedreven visie samen in een manifest van goed tweehonderd pagina's. De basisideeën: geen producten meer ontwerpen die onbruikbaar "afval" opleveren en producten zo ontwikkelen dat ze na gebruik kunnen fungeren als "voedsel" voor de natuur of nieuwe producten, zonder dat er stoffen vrijkomen die schadelijk zijn voor mens en milieu én met een cruciale rol voor het gebruik van natuurlijke energie.

Gesloten kringlopen

VIBE

VIBE © IGB

Cradle-to-cradle betekent letterlijk "van wieg tot wieg". De term is een afgeleide van de uitdrukking "van wieg tot graf" (cradle-to-grave) en vormt op zichzelf een cruciale nuance. In de C2C-realiteit leidt een levenseinde niet tot het dumpen van een waardeloos restproduct, maar tot de geboorte van iets nieuws. De creatie van afval is met andere woorden uit den boze, wat impliceert dat elke productcomponent volledig scheidbaar en herbruikbaar of biologisch afbreekbaar moet zijn. Cradle-to-cradle beoogt de recyclage van originele grondstoffen in hoogwaardige toepassingen, en dus niet zozeer de recyclage van grondstoffen an sich. Wanneer de recuperatie van grondstoffen neerkomt op een kwaliteitsdaling of "downcycling" is het predikaat cradle-to-cradle niet aan de orde (zie ook het kaderstuk over het verschil tussen C2C en recyclage).

Dat elimineren van afval en recycleren van grondstoffen in hoogwaardige toepassingen resulteert in gesloten stofkringlopen. Deze kringlopen kunnen van biologische of technologische aard zijn. Onder biologische grondstoffen verstaan we bijvoorbeeld hout en katoen, onder technologische grondstoffen onder meer metaal en kunststof. Om het systeem in stand te houden, mogen beide kringlopen elkaar niet "besmetten". Producten die tot de biologische kringloop behoren mogen geen giftige of moeilijk afbreekbare stoffen bevatten, maar omgekeerd zijn biologische voedingsstoffen niet ontworpen voor gebruik in technische toepassingen. Worden ze toch gemixt, betekent dat dat heel wat waardevolle grondstoffen niet recupereerbaar zijn en dus verloren gaan. Een mooi voorbeeld is rioolslib, dat in een zuivere vorm zou kunnen fungeren als meststof, maar door de aanwezigheid van restanten van synthetische cosmetica of chemische reinigingsmiddelen is het giftig voor de ondergrond. Dit betekent echter niet dat de cradle-to-cradle-benadering tegen chemische producten is, zolang ze na gebruik maar opnieuw kunnen worden ingezet in een productieproces dat een minstens even hoogwaardig product oplevert en geen uitstoot van schadelijke stoffen genereert.

Antwoord op wegwerpcultuur

Cradle-to-cradle: het idee leeft verder in de bouwsector

© IGB

De ambities van Braungart en McDonough situeren zich op een globaal economisch niveau. De C2C-beweging wil een tegengewicht bieden voor de schadelijke wegwerpcultuur die zich in de tweede helft van de 20e eeuw in de Westerse wereld ontplooide. Toen massaproductie haar intrede deed, werd nog gedacht dat de natuur over onbeperkte voorraden beschikte. Naderhand ontstond pas het besef dat deze voorraden echter niet zo onbeperkt zijn als eerst gedacht. Toch blijven ons economisch systeem en het gros van de productiemethodes gebaseerd op oude, achterhaalde uitgangspunten, waardoor facetten als massaverkoop en tijds- en kostenbesparing nog steeds een streepje voor hebben op duurzaamheid en langetermijndenken. Gelukkig kwamen er de voorbije jaren diverse tegenbewegingen op gang die de consistente uitputting van natuurlijke grondstoffen een halt willen toeroepen.

Een van die tegenbewegingen is dus cradle-to-cradle, al is het dus veel meer dan een "duurzaamheidsconcept". Het beperkt zich namelijk niet tot het ecologische aspect van productontwikkeling, maar wil komaf maken met de heersende industriële dogma's en een nieuw economisch systeem implementeren. Duurzame, doordachte productontwikkeling is met andere woorden een middel om een hoger doel te bereiken, en dus geen doel op zich. Dit wil echter niet zeggen dat cradle-to-cradle alle heersende economische principes afwijst. Waar milieuorganisaties pleiten voor "consuminderen" in plaats van consumeren, is meer productie en consumptie geen bezwaar voor C2C-adepten, tenminste als hun normen gehanteerd worden. Ze geloven immers dat een progressieve C2C-economie de natuur geen schade berokkent (eco-effectiviteit). Anderzijds zijn er ook meer dan voldoende raakpunten met andere tegenbewegingen: gebruik van lokale grondstoffen, het stimuleren van lokale economieën, ecoleasing (betalen voor effectief gebruik van producten in plaats van voor het bezit ervan)...

Kortstondige hype

Hoewel Braungart en McDonough het boek en de bijhorende inzichten al in 2002 loslieten op de wereld, maakte het cradle-to-cradle-concept pas vijf jaar later furore bij ons. In de nasleep van de Nederlandse vertaling ontstond in 2007 een ware hype in Nederland, inclusief de nodige media-aandacht, de oprichting van een C2C-website (www.letscradle.nl) en een tweedaags C2C-congres in Maastricht. Het duurde niet lang vooraleer ook België in de ban raakte. Verschillende regeringspartijen namen het thema op, een aantal studie- en adviesbureaus toonden interesse en twee hogescholen (KHM en Howest) engageerden zich om programma's rond C2C uit te werken. Kers op de taart was de lancering van het Cradle to Cradle Platform (www.c2cplatform.be), waarop allerlei nuttige info over het concept verzameld werd. Via een C2C-test met twintig vragen kunnen bedrijven er nog steeds nagaan in hoeverre Cradle-to-cradle haalbaar is voor hun producten en organisatie.

De trein leek definitief vertrokken, maar niet iedereen reageerde onverdeeld positief. Thomas Leysen, toenmalig voorzitter van het VBO, opperde bijvoorbeeld dat de nadruk te zeer lag op de verantwoordelijkheid van bedrijven, terwijl het gedrag van overheden en consumenten eveneens een belangrijke impact heeft. VITO (de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) reageerde eerder positief, maar oordeelde wel dat de C2C-filosofie te weinig ingaat op de energie-efficiëntie van productie-, gebruiks- en recyclageprocessen. Een bedenking die founding father Michael Braungart niet kon weerleggen. "Niets is helemaal C2C", gaf hij toe op een lunchgesprek met VIBE, de Vlaamse organisatie die zich inzet voor gezond en milieuverantwoord bouwen en wonen. "Zolang de energie-input bij productieprocessen niet volledig uit hernieuwbare energiebronnen komt, spreken we niet over 100% C2C. (...) We hebben het systeem vooral op poten gezet als positieve stimulans om bedrijven anders te doen nadenken over hun ontwerpen en productiewijzen."

Directe en indirecte invloed

De cradle-to-cradle-benadering dateert dus al van vijftien jaar geleden. De vraag is dan ook in welke mate deze veelbelovende theorie zich effectief heeft doorgezet in de bouwpraktijk en in hoeverre hij vandaag nog relevant is. Het antwoord staven met exacte getallen is quasi onmogelijk. Wat wel zeker is, is dat de cradle-to-cradle-filosofie heel wat heeft losgemaakt en dat ze de bouwpraktijk vandaag zowel op directe als indirecte wijze beïnvloedt.

VIBE

VIBE © IGB

Tot de start van de 21e eeuw was het promoten van duurzame bouw- en productieconcepten een specialistische nichekwestie, een storm in een glas water in de marge van de economische massaproductie. Onder meer dankzij de publicatie van het boek en tal van vervolginitiatieven - waaronder het internationale INTERREG IVC-project 'Cradle to cradle Network' (C2CN), dat als doel had om een breder Europees draagvlak te creëren voor de C2C-filosofie - heeft de duurzame gedachte steeds meer ingang gevonden bij het brede (bouw)publiek, iets wat de auteurs in realiteit veel meer beoogden dan een exacte naleving van hun ideeën. In 2008 zei Braungart immers het volgende: "In Nederland werken momenteel vijfhonderd architecten vanuit de C2C-gedachte. Ik heb er geen idee van wat ze juist doen. Voor mij telt dat ze vanuit een ander denkkader ontwerpen."

Certificaat

Het cradle-to-cradle-concept leeft echter niet alleen voort in de geesten, maar ook via het cradle-to-cradle-certificaat. Dit internationale label beoordeelt producten en materialen op basis van vijf parameters: gezondheid van de materialen, hergebruik van materialen en design for environment, energieverbruik, waterverbruik en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het certificaat telt vijf niveaus: Basic, Bronze, Silver, Gold en Platinum. Deze progressieve benadering stimuleert producenten om hun product continu te blijven verbeteren en te investeren in verdere ontwikkelingen en optimalisaties, iets wat een heel aantal bedrijven vandaag nog steeds ter harte nemen. Een nadeel van dit labelingsysteem is dat niet alle producten met een C2C-certificaat even cradle-to-cradle zijn. Pas vanaf het Silver-niveau, waarbij minstens 50% van de grondstoffen gerecycleerd worden, mag je ervan uitgaan dat zowel de materialen of producten zelf als de restproducten die vrijkomen bij hun productie, verwerking of afbraak volledig of grotendeels hergebruikt kunnen worden zonder te moeten inboeten aan kwaliteit.

Het certificatieproces bestaat uit drie stappen. Eerst vindt er een toxicologische analyse plaats van alle materialen die toegepast zijn in het eindproduct. Vervolgens wordt het productieproces geëvalueerd, met speciale aandacht voor de toepassing van hernieuwbare energie, watergebruik en sociale verantwoordelijkheid. Tot slot reikt het onafhankelijke Cradle to Cradle Products Innovation Institute na verificatie van het dossier een bepaald certificaat uit.

Cradle-to-cradle beperkt zich niet enkel tot de bouwsector, maar is ook van toepassing op materialen en producten die van pas komen bij constructie en renovatie. Binnenwanden, bakstenen, tegels, gipskartonplaten, glas, hout of vloerbekleding: al deze elementen komen in aanmerking voor een cradle-to-cradle-certificaat.

Mentaliteitswijziging

Hoewel de term cradle-to-cradle tegenwoordig misschien minder vaak over de tongen rolt en de veeleisende theorie allicht zelden integraal in de praktijk is gebracht, heeft het C2C-concept hoe dan ook zijn stempel gedrukt op de fors verander(en)de bouw- en productiementaliteit. Zo zijn bijvoorbeeld ook ontwerp-, productie- en afvalverwerkingsprocessen uitgegroeid tot relevante indicatoren van duurzaamheid. Denk bijvoorbeeld aan het groeiende belang van EPD's (Environmental Product Declarations), documenten die producenten informatie verschaffen over de milieu-impact van bouwmaterialen op basis van grondige levenscyclusanalyses.

Anderzijds leeft de ziel van cradle-to-cradle verder in fenomenen als "upcycling", waarbij een restproduct als het ware wordt opgewaardeerd door het een nieuwe functie of toepassing te geven. (Ook Braungart en McDonough droegen hier overigens hun steentje toe bij - hun vervolgboek heette immers The Upcycle: Beyond Sustainability - Designing for Abundance.) Gezien de onmiskenbare klimaatverandering en het besef dat onze ecologische voetafdruk veel te groot is voor onze fragiele planeet, mogen we gerust stellen dat duurzaamheid de laatste jaren een basisvereiste is geworden. Zowel voor producenten en bouwprofessionals als consumenten en particulieren. Een cruciale mentaliteitswijziging die ons - mits de implementatie van een doortastend beleid - op weg zet naar een betere toekomst. Een toekomst die de C2C-principes mee aan het vormen zijn, hetzij rechtstreeks onder de noemer cradle-to-cradle, hetzij onrechtstreeks, als primair uitgangspunt voor nieuwe duurzaamheidsfilosofieën.

Tim Janssens voor VIBE

Postcode

Onze partners